video-fragment>

Vergeten schrijver: Rita Demeester (1/2)

()
essay door

Wout Vlaeminck heeft een boontje voor vergeten schrijvers, zoals de in 1993 overleden Rita Demeester. In deel 1 van dit tweedelig essay komen we meer te weten over Demeesters jeugd en over haar verhalenbundels ‘Stampvoeten in het donker’ en ‘Droomjager’.

Wanneer Rita Demeester in 1989 de verhalenbundel Stampvoeten in het donker publiceert, oogst ze de haast unanieme lof van de literaire critici. Meteen wordt ze uitgeroepen tot een van de belangrijkste stemmen van haar generatie. Toch zal Demeester bij leven slechts twee verhalenbundels publiceren.

Demeester wordt op 26 september 1946 geboren in Roeselare. Ze is het vijfde kind in een gezin met zes dochters, wat misschien verklaart waarom ze zo moeiteloos over kinderen en adolescenten kan schrijven. Als jong meisje moet zij zich er bewust van geweest zijn hoe belangrijk het is geheimen te koesteren, iets wat helemaal van jezelf is. Wat rivaliteit is. En wat het is om door anderen omringd te zijn en je toch alleen te voelen.

Haar vader, Jules Demeester, is werkzaam in de christelijke vakbeweging ACV en zou het later tot provinciaal directeur van de BAC schoppen. Haar moeder, Jenny Debeuf, is huisvrouw. Demeester studeert middelbaar onderwijs aan het Bisschoppelijk Lyceum in Roeselare, waar ze Grieks-Latijnse humaniora volgt. Later studeert ze Sociale Pedagogie aan de Katholieke Universiteit in Leuven, waar ze met het marxisme in aanraking komt:

In Leuven ging de wereld voor me open. Het was een soort tweede puberteit. Ik was bij het studentenprotest betrokken vanaf het prille begin, met Paul Goossens als studentenleider, met ‘Leuven Vlaams’.1

Met de Vlaamse zaak had het echter weinig te maken: voor Demeester was het communisme aanvankelijk puberaal verzet. Het stond rechtlijnig tegenover alles wat haar thuis werd bijgebracht: “Het was verboden, dus moest ik er alles van weten.” Later wordt ze zich ervan bewust dat ook het marxisme vanuit een aantal axioma’s vertrekt en “daarmee laat je ook weer een rolluik neer.”

Demeester heeft haar schrijverscarrière te danken aan een geluk bij een ongeluk

Ongetwijfeld heeft Demeester haar schrijverscarrière te danken aan het clichématige geluk bij een ongeluk: ze is al vijftien jaar als pedagoge aan het Instituut Mariavreugde in Borgloon verbonden wanneer ze in 1986 door bezuinigingen in het onderwijs haar baan verliest. Volgens Demeester zelf zijn het de frustratie en de plotse eenzaamheid die haar naar de pen doen grijpen.2 Van die frustratie is in haar werk niets terug te vinden, van de eenzaamheid des te meer.

Hoewel Demeester na de publicatie van Stampvoeten in het donker meteen een klinkende naam zal worden, blijven haar eerste stappen in het literaire landschap onopgemerkt. In 1986 zijn er namelijk al twee gedichten van Demeester in De Brakke Hond verschenen, zij het onder het pseudoniem Esther Meert. Voorzichtige vingeroefeningen, waarna ze zich alleen nog op het schrijven van proza zal richten:

Het was zo goed
de konfituur nog warm
in de potten en
iedereen thuis.

Ik speelde met mijn poppen in
een kartonnen poppenhuis van
afgedankte dozen en mijn zussen
waren groot ze naaiden
met vrouwenijver
aan iets nutteloos.

Het was zo goed dat ik
alleen in bed
soms dacht als nu
de Russen maar niet komen.

Een jaar later ruilt ze het pseudoniem alweer in voor haar werkelijke naam, waaronder enkele van haar verhalen worden gepubliceerd in toonaangevende tijdschriften als Kreatief en De Vlaamse Gids. “Ik vind poëzie nog altijd taal en op het scherpst van het mes, monnikenwerk,” vertelt ze aan Knack.3 In gedichten kan ze niet genoeg kwijt, ze heeft niet veel geduld. En ze is naar eigen zeggen bovenal toch een verteller:

Het verhaal lijkt de geknipte literaire vorm voor mij. Ik schrijf graag beeldend. In een verhaal, in tegenstelling tot een roman, moet alles in een beperkt tijdsgebrek gebeuren. Het is als een dans op één of twee tegels. Dat ligt me wel. Het heeft met mijn aard te maken: ik heb weinig geduld en ik vertrouw niet zo wat ik niet helemaal tot het einde kan overzien.

Dat het kort verhaal voor haar het perfecte medium is, wordt al snel bevestigd: in 1988 sleept Demeester met een verzameling tot dan toe ongepubliceerde verhalen de prozaprijs van Dietsche Warande & Belfort – Den Gulden Engel in de wacht. Deze verhalen zullen later opgenomen worden in Stampvoeten in het donker. Datzelfde jaar werkt ze ook mee aan het BRT 2-programma Het genootschap, en wordt haar verhaal Berenliefde opgenomen in de bloemlezing Vrouwentongen.

Haar eerste echte publicatie in boekvorm is het boekenweekgeschenk van 1988: het kort verhaal Krappe herinnering, waarin het hoofdpersonage herinneringen ophaalt aan haar overleden moeder. De opbrengst van een huis, gedeeld door vijf, dat is de krappe herinnering die de vertelster aan haar moeder overhoudt. En dat ze stierf op een maandag, in haar zondagse jurk: “Soms weegt een enkel detail zwaarder dan het hele drama.”

En dan is het 1989. Stampvoeten in het donker wordt gepubliceerd. Op het voorplat een schilderij van Raveel: Een zittende vrouw en een rode man in het blauw aan een venster. De afbeelding lijkt niet willekeurig gekozen te zijn: vanop afstand, in een heldere en sobere verteltrant, schrijft Demeester over personages die geen blijf weten met het ongeluk dat hen te beurt valt. Haar schrijfstijl is eenvoudig, afstandelijk en toch gevoelig, met rake observaties en een voorliefde voor het schijnbaar banale.

Stampvoeten in het donker wordt gezien noch gehoord

Stampvoeten in het donker wordt gezien noch gehoord. Een jongetje dat, opgesloten in een kast, verhaaltjes verzint waarin hij wraak neemt op zijn tirannieke onderwijzer. Een succesvolle cellist die wraak neemt op zijn incestueuze zusje wanneer hij haar van ontrouw verdenkt. In het verhaal In het spoor van Jim Morrison vertelt een meisje over haar oudere broer Joris, die zelfmoord beging. Hij las Sartre en dweepte met de liedjesteksten van Jim Morrison. Tussen alle onschuldige, alledaagse herinneringen die zij aan haar broer ophaalt, dringt de werkelijkheid langzamerhand tot haar door:

“Ik heb de anatomieles met het konijn overleefd en morgen krijg ik een echte damesfiets. Maar Joris blijft waar hij is. Zijn leven en zijn dood verdwenen als in een wak en niemand laat in zijn kaarten kijken.”

Demeester schrijft vol mededogen over dromers en denkers, en over de twijfelaars daartussenin. Het zijn personages die blijvend geschonden zijn, maar niet in staat zijn hun gevoelens te uiten.

Critici en lezers prijzen Demeesters vermogen zich in te leven in haar veelal jeugdige personages en het medeleven en begrip die zij voor hen opbrengt. Stampvoeten in het donker is een succes, en wordt in zowel Vlaanderen als Nederland positief onthaald. Het levert haar trouwens een nominatie voor de NCR Literatuurprijs 1990 op.

Bij de publicatie van haar eerste bundel is Demeester drieënveertig jaar oud. In haar als lezing bedoelde tekst Met schrijven beginnen op je veertigste schrijft ze dat op latere leeftijd publiceren blijkbaar om gefronste wenkbrauwen vragen is:

Zonder dit veertigjarige leven dat achter me ligt, deels als een wilde tuin, deels als een mijnenveld, was het er nooit van gekomen, geloof ik. Ik ben geen schrijfster van science fiction of detectiveverhalen en hoewel ik de indruk heb dat ik veel van wat er in mijn leven gebeurd is vergeten ben, komen mijn verhalen op de een of andere manier uit dit leven voort. Op mijn vijfentwintigste had ik het zo druk met van alles en nog wat meemaken dat ik me toen geen moment heb afgevraagd: wil ik dit opschrijven? Ik had daar, gelukkig, de tijd niet voor. (…) Ik geloof echt dat ik (…) eenenveertig moest worden, werkloos, bevrijd van schreeuwende kinderen en beschikkend over een ruime werktafel, om tot schrijven te komen.

Wel hield ze als jonge, sociaal bewogen studente een dagboek bij en schreef ze pamfletten: ze was geboeid door de Derde Wereld en anti-autoritaire opvoeding. “En uit deze oogst leid ik af wat het geworden zou zijn, schrijven in die tijd. Schreeuwen om gelijk, niet iets wat ik lezenswaardig zou noemen.” Uit haar verhalen zou ze de politieke problematiek weren en de focus leggen op de privé-wereld van haar personages.

Na het succes van haar debuut twijfelt Demeester of ze de verwachtingen kan inlossen

Het schrijven van een tweede bundel is geen evidentie: na het succes van haar debuut twijfelt ze eraan of ze de verwachtingen wel zal kunnen inlossen. ‘Na de publicatie van Stampvoeten in het donker ben ik zo’n zes, zeven maanden als verlamd geweest’, vertelt ze in een interview met Trouw, ‘Was ik nou schrijfster of was die bundel een toevalstreffer? Ik had ook het idee dat ik een roman moest maken om te bewijzen dat ik een echte schrijfster was.’4

Ik schrijf moeilijker dan vroeger. Nu ook weer: de bundel is al vier maanden af en ik kom maar niet tot een nieuw verhaal. Ik heb wel ideeën en losse flodders, maar ik weet bij God niet of er iets uit zal groeien. Ik wantrouw voortdurend mezelf en dat put me uit.

Toch werd ook Droomjager positief onthaald. Een stijlbreuk is er niet meteen, wel zijn de verhalen minder eentonig, minder droevig. Zelf zegt ze hierover:

In het begin schreef ik te gekunsteld en te gezocht. Dat is een ziekte van veel beginners. Ik dacht dat twintigjarigen dat deden, maar veertigers niet meer. Toch heb ik het dus ook een tijd gedaan. Het zo chic of zo moeilijk mogelijk willen schrijvend, zo opvallend mogelijk of zo verborgen mogelijke vergelijkingen zoeken. Ik vind ook dat ‘Droomjager’ eenvoudiger geschreven is dan ‘Stampvoeten in het donker’. Ik hou ook meer en meer van eenvoud. Hoe ouder ik word, hoe meer ik naar de essentie boor.5

In Droomjager is er weer een beetje hoop, ook al is die hoop nooit van lange duur. De personages in Demeesters tweede bundel zijn kinderen die op de leeftijd gekomen zijn waarop zij beseffen dat hun grote plannen en dromen het niet zullen halen van de werkelijkheid. Ze lijken te beseffen dat de wereld geen rekening houdt met individuele behoeften en verlangens. En met verdubbelde kracht gaan ze dus maar op hun dromen jagen. Maar altijd tevergeefs, want dromen zijn ongrijpbaar. En wanneer je ze toch te pakken krijgt, blijft er uiteindelijk geen spaander heel.

Zo is er het meisje dat vol spanning op haar eerste regels wacht, het grote mysterie dat zich aan elke jonge vrouw ontvouwt. Maar wanneer ze eindelijk voor het eerst menstrueert, maakt haar trots onmiddellijk plaats voor berusting. Tijdens de dictieles gaat haar voorkeur niet langer uit naar Dinska Bronska, maar naar Mens, durf te leven. De vader van een puberjongen in het verhaal Jute lokt een staking uit, waarna de jongen zich afvraagt of hij nou de zoon is van een lokale held of van een idiote oproerkraaier. En in Een detail uit Picasso ruilt een biologieprofessor zijn dochter in voor enkele zeldzame slakken.

Volgende week in aflevering 2: ‘Moten uit het lijf van het leven gesneden’ en ‘Spreken over haar in de verleden tijd’.

Uit het archief van Cobra.be: Rita Demeester

  1. Johan Vandenbroucke, ‘De wereld op een rolluik’, Knack, 13 maart 1991
  2. Rita Demeester, ‘Met schrijven beginnen op je veertigste’, Verzameld Werk, Kritak, 1995
  3. Johan Vandenbroucke, ‘De wereld op een rolluik’, Knack, 13 maart 1991
  4. Leo de Haes, ‘De debutant’, Trouw, 13 maart 1991
  5. Johan Vandenbroucke, ‘De wereld op een rolluik’, Knack, 13 maart 1991