“Een moeder kan haar kind alleen maar misvormen”


interview door

Wat te denken van de storm aan moederboeken die de Nederlandse letteren de laatste jaren teistert? We vroegen het aan Ariane Bazan, hoogleraar klinische psychologie aan de ULB. Een gesprek over afwezige vaders en misvormende moeders. “Er is veel kwetsuur.”

Adriaan Van Dis, Maarten ’t Hart, Arnon Grunberg, Erwin Mortier, Leo Pleysier, Tom Lanoye, … Er heerst een grote moedersterfte in de Nederlandstalige literatuur, te oordelen aan het lijstje auteurs die recent hun overleden moeder eerden in een boek.

Maar waarom schrijven mannen over hun moeder en niet over hun vader? Wat zeggen de boeken over de verhouding tussen moeder en zoon? Waarom vinden de meeste van deze boeken een weg naar een breed publiek? We vroegen het aan hoogleraar Ariane Bazan, gespecialiseerd in de neuropsychoanalyse – het snijvlak tussen de neurowetenschappen en de psychoanalyse.

Het zijn drukke dagen voor Bazan. Bovenop haar werk aan de universiteit voert ze samen met een groep collega’s een politieke strijd tegen euthanasie voor mensen die louter psychisch lijden. En sinds kort werkt ze op vraag van de prestigieuze Engelstalige uitgeverij Routledge aan een boek over Lacaniaanse neuropsychoanalyse.

In haar spaarzame vrije tijd leidt de dochter van een Vlaamse moeder en een Franstalige Brusselaar in het kleine maar gezellige Theatre des Martyrs weleens een toneelstuk in. “Dat doe ik eigenlijk het liefste,” zegt Bazan. “En ’s avonds en tijdens de vakanties kom ik tot rust met een boek.”

Indruk vroeg aan Bazan om ter voorbereiding van dit gesprek Moedervlekken van Arnon Grunberg te lezen. Bazan aanvaardde de opdracht en las daarbovenop nog Sprakeloos van Tom Lanoye en Gestameld liedboek van Erwin Mortier. Even gloedvol als bedachtzaam zet ze haar inzichten uiteen.

Veel moederboeken zijn geschreven door blanke mannen. Is er een verklaring waarom ze over hun moeder en niet over hun vader schrijven?

Ariane Bazan: “In de psychoanalyse is het begrip ‘vader’ zeer belangrijk. De vader heeft een symbolische functie, het is een wetmatige figuur. Een dode vader kan dezelfde functie vervullen als een levende vader. Denk maar aan moeders die verwijzen naar de afwezige vader met zinnen als ‘Mocht je vader nog hier zijn, dan zou het donderen’, of ‘Hij zou het bijzonder op prijs stellen dat…’”

Ariane Bazan

Foto: Sophie Soukias.

“Pasgeboren kinderen hebben de moeder als eerste referent. Ze proberen hun moeder volledig te ontcijferen. Waarom is de moeder niet voortdurend bij hen? Waarom worden hun behoeftes niet voortdurend bevredigd wanneer ze daar nood aan hebben? Al snel begrijpt het kind enkele dingen: de moeder moet zelf eten, slapen, werken en voor haar partner en eventuele andere kinderen zorgen.”

Pasgeboren kinderen hebben de moeder als eerste referent

“Maar een moeder heeft ook verlangens die wat meer ambigu zijn, die ze zelf niet goed kan thuisbrengen of die wat melancholischer zijn – en dat is voor alle duidelijkheid meestal het geval. Heeft ze bijvoorbeeld wel alles uit haar professionele leven gehaald? Of is ze tevreden met haar relatie? Een kind voelt die onbestemde verzuchtingen of die melancholie, en dat kan bedrukkend zijn.”

“Het is dan belangrijk voor een kind dat de moederfiguur wat speelsheid vertoont, een beetje met zichzelf kan lachen. Dat ze niet verpletterd wordt door wat ze niet heeft kunnen waarmaken in het leven. Dat is gezond voor de relatie tussen moeder en kind.”

Zouden vrouwen op een andere manier over hun moeder schrijven?

Bazan: “Zodra een vrouw zelf moeder wordt, verandert er veel op psychodynamisch vlak, ook wat betreft de beleving van haar eigen moeder. Alle moeders die bij mij in de zetel zitten, zijn bijzonder angstig dat ze hun kinderen zullen misvormen. (overtuigend) Maar een moeder kan een kind alleen maar misvormen.”

“Er is veel kwetsuur. Een moeder kan niet anders dan kwetsen. Je komt snel in een verhaal terecht waarin alles de schuld is van de moeder. Misschien kan je dat als je eenmaal zelf moeder wordt, gemakkelijker relativeren.”

“Op een bepaald moment besef je dat je blij bent dat je het leven gekregen hebt. Het moest wel langs een misvorming lopen. Die misvorming, daar moet jij dan maar iets mee doen.”

Hoe gezond is de relatie tussen moeder en zoon in de boeken van Lanoye, Mortier en Grunberg?

“Ik denk dat Erwin Mortier en Tom Lanoye een homoseksuele objectkeuze hebben gemaakt. Zo’n objectkeuze zou misschien te maken kunnen hebben met het gevoel dat je te veel verpletterd wordt door moederlijke onbevrediging, dat je te zeer op jezelf neemt dat je haar verlangens niet kan waarmaken, en je je die taak blijft aanmeten. Dat kan heel angstaanjagend zijn. Je blijft tenslotte het kind van je moeder, je kan er niet zomaar van weglopen.”

“Dat herken je soms in het verhaal van mensen met een homoseksuele keuze, die komen spreken, en misschien dus ook hier bij Mortier of Lanoye. Maar het kan ook te kort door de bocht zijn – ik hoed me voor veralgemeningen. Hetzelfde kan ook gelden voor iemand die heteroseksueel is. Je geaardheid dekt veel verschillende inhouden. Uiteindelijk zit iedereen anders in elkaar. Op een paradoxale wijze is Kadoke, het hoofdpersonage in het boek van Grunberg, misschien wel het verregaandst homoseksueel in verhouding tot zijn ‘moeder’. ”

“Ik weet inderdaad niet goed of het boek van Grunberg over zijn moeder gaat. In Moedervlekken wordt de vader plots moeder en neemt hij zogezegd dezelfde trauma’s over. Ook al beschouwt Kadoke haar als zijn moeder, toch ben ik er niet van overtuigd dat dat op alle niveaus – ook in het onbewuste – zo beleefd wordt.”

Hoe zou u die relaties tussen moeder en zoon diagnosticeren?

Bazan: “De meest dialectische relatie tussen moeder en zoon vind ik terug in het boek van Lanoye. Daarmee bedoel ik: een manier van uitwisseling waarin het de betrachting is om de ander te begrijpen. Het boek van Mortier is meer een relaas over de ziekte van zijn moeder; over de band met de zoon komen we minder te weten.”

Foto: Sophie Soukias.

Foto: Sophie Soukias.

Moedervlekken is een eerder ‘hysterisch’ verhaal waarin de vader zogezegd van geslacht verandert. De moeder, die vader was, lijkt een hysterische positie in te nemen: hij gelooft enerzijds zelf in zijn transformatie, maar anderzijds snoept hij ook van de voordelen van zijn ‘geslachtsverandering’ wanneer hij zich de jonge verzorgsters laat welgevallen. Het hoofdpersonage, de psychiater Otto Kadoke, houdt van redelijkheid en controle, maar bepaalde aspecten doen soms aan perversie denken, bijvoorbeeld de manier waarop hij straal naast de penis van zijn moeder kijkt.”

“Freuds letterlijke definitie van perversie luidt: het niet aanvaarden dat de moeder gecastreerd is. Het kind kan de castratie, dus het feit dat de moeder geen penis heeft bijvoorbeeld, niet accepteren. Meestal door een fetisj. Maar in het boek van Grunberg heeft de moeder een echte penis.”

De relatie van Kadoke met zijn moeder kan je haast amoureus noemen

“De relatie van Otto Kadoke met zijn moeder kan je haast amoureus noemen. ‘Blijf bij mij,’ zegt de moeder aan de zoon. Hij zegt aan haar: ‘Jij bent mijn mooie meisje’. Alsof het een koppel is. Heel merkwaardig.”

Lanoye beschrijft de aftakeling van zijn moeder in geuren en kleuren. Is er een reden waarom dat zo gedetailleerd wordt beschreven?

Bazan: “Lanoye zou zelfs nog meer in detail kunnen treden. Er blijft een voile, maar hij gaat inderdaad al vrij ver.”

“Ik nodig mijn patiënten altijd uit om prozaïsch te zijn, te vertellen wat er gebeurd is zonder onmiddellijk te interpreteren. Zo breng je diegene die luistert of leest heel dicht bij de beleving van de ander. Als je interpreteert, dan blijft er altijd een ambiguïteit tussen de verteller en de luisteraar: waar gaat het nu eigenlijk over?”

“Een schrijfproces kan zeker therapeutisch werken. Er zijn veel zaken over het lijf en de seksualiteit waar men niet zo gemakkelijk en prozaïsch over spreekt. Dat is nochtans een belangrijke etappe in een analyse of in een kuur. Het is moedig en goed dat schrijvers van moederboeken die stap wel durven te zetten.”

Waarom spreken moederboeken zo een breed publiek aan?

Bazan: “Ik merk in het algemeen een grote vraag naar psychologisering. Mensen hebben handvatten nodig om zichzelf of anderen beter te leren begrijpen. Dat werkt geruststellend. Er is bijvoorbeeld een grote vraag naar diagnoses en etiketten zoals borderline, burn-out, enzovoort.”

“Daarnaast hebben deze boeken een ahistorische factor die eigen aan onze tijd is. Het idee dat de waarheid te vinden is in wat er nu gebeurt. Het nu moet onderzocht worden, daarin liggen de kwade krachten verscholen. Ahistorisering heeft een nabijheid met de dood, omdat men ervan uitgaat dat de dingen geen ontstaansgeschiedenis hebben.”

“Mijn vakgebied, de neuropsychoanalyse, bevindt zich op een snijpunt tussen een exact wetenschappelijk en een humaanwetenschappelijke benadering. Lacan heeft een seminarie met als titel Science et vérité. De wetenschap kan zeggen dat iets exact is. Wetenschap kan beweringen op de proef stellen of weerleggen, maar het opstapelen van exacte gegevens leidt niet per se tot waarheid. Waarheid kan geproduceerd worden zonder de kennis van de exacte fenomenen. Wat in literatuur verteld wordt is niet noodzakelijk exact, maar het is heel vaak wel waar.”

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

“Neem verhalen als Oedipus of Hamlet. Die zitten zo vol van waarheid dat ze millennia kunnen overleven. Door nieuwe wetenschappelijke inzichten kunnen ze een nieuw leven krijgen.”

“Hamlet heeft zijn vader niet vermoord, maar Shakespeare laat hem ergens zeggen: ‘Readiness is all’. Voor Freud betekende dat: de gedachte of bereidheid van Hamlet om zijn vader te vermoorden, is genoeg om zich schuldig te voelen. Vandaag kan je zeggen dat de intentie om iets te doen ook een fysiologisch feit is, dat heet – heel merkwaardig – readiness potential. Dat zinnetje van Shakespeare zit dus vol van de waarheid, omdat het steeds nieuwe lezingen oplevert als een metafoor die zich ontrolt.”

“Paul Eluard schreef ‘La terre est bleue comme une orange’ op een ogenblik dat er nog geen astronauten door de ruimte reisden. Nu ze er zijn geweest, blijkt dat de aarde effectief een hobbelig oppervlak heeft, net zoals een sinaasappel. Dat is fictie voor mij: een waarheidsvolle dimensie die zwanger is van wat nog begrepen moet worden.”

Welke boeken leest u zelf het liefst?

Bazan: “Mijn favoriete boek is Of human bondage van William Somerset Maugham. Ik koop vaak een vijftal exemplaren en deel ze uit aan vrienden. Met al zijn boeken lach je je te pletter. Of human bondage is minder hilarisch, maar het bevat ongelofelijk goede inzichten in hoe de mens in elkaar zit.”

“Het boek gaat over een arts in opleiding. Op café wordt hij verliefd op een jonge vrouw die hij niet mooi of interessant en bovendien erg hoogmoedig vindt. Hij beschrijft haar ook letterlijk zo: ze is te mager, te bleek, je kan haar aders zien. En toch geraakt hij er helemaal verslaafd aan. De vrouw brengt hem zo erg in moeilijkheden dat hij zijn artsenopleiding niet kan afwerken en in de armoede terechtkomt.”

Foto: Sophie Soukias.

Foto: Sophie Soukias.

“De manier waarop Maugham beschrijft dat verliefd worden niets te maken heeft met redelijkheid, zelfs niets met schoonheid, is magistraal. Hij verafgoodt de vrouw maar toch is hij bijna zijn leven kwijt aan haar. De kracht van de onredelijkheid van de mens heeft Maugham verregaand door.”

“Maugham heeft niet enkel inzicht in de verdoemenis van de mens, hij kan ook hele kleine dingetjes naar waarde schatten. Op twee of drie plaatsen staat er een klein zinnetje in het boek: ‘A little happiness came my way.’ Bijvoorbeeld op een moment dat het hoofdpersonage iemand ontmoet of een vriend maakt. Een ongelofelijk mooi inzicht.”

Is het met uw achtergrond niet vervelend om boeken te lezen?

Bazan: “Ik heb net Misdaad en Straf uitgelezen. Tijdens het lezen was ik voortdurend aan het diagnosticeren. Eigenlijk is dat gewelddadig (lacht).

Tijdens het lezen ben ik voortdurend aan het diagnosticeren

“Of je nu psychologische bagage hebt of niet: je probeert toch altijd te achterhalen hoe iemand in elkaar zit, zowel in het echte leven als wanneer je een boek leest. Ik vind het wel leuk om handvatten te krijgen om dat te doen. Al denk ik niet dat ik beter dan anderen het einde van een boek kan voorspellen.”

Tot slot: u bent het nichtje van Johan Anthierens. In welke hedendaagse auteurs herkent u zijn pen?

Bazan: “Het doet nog steeds veel pijn dat hij zo vroeg is gestorven. De confrontatie met zijn ziekte heeft hij psychisch moeten verwerken, maar hij wou de hele tijd blijven schrijven. Toen het even beter ging met zijn kanker, zat hij alweer vol boekenplannen. Het is zo jammer dat hij ze niet heeft kunnen uitvoeren.”

“Johan was politiek allesbehalve correct, maar hij was zelden op een inconsequentie te betrappen. (denkt lang na) Neen, ik zie niemand die in de buurt komt. We hebben nochtans iemand als Johan nodig, zeker om over communautaire onderwerpen te schrijven.”