‘Ik wilde zo dicht mogelijk bij de vrije geest blijven’


interview door

Met ‘Iets in ons boog diep’ schreef de in Japan wonende neurowetenschapper, dichter en auteur Jan Lauwereyns een even interessante als atypische roman in de Nederlandse literatuur. “Ik zie dit boek ongeveer als een literaire gevalstudie.”

Yuji Kohara, een professor moleculaire biologie, is een verstrooid man. Op een dag stapt hij per ongeluk een halte te vroeg van de metro. Zo komt hij een oude vlam op het spoor.

Deze verhaallijn wisselt Lauwereyns af met filosofische beschouwingen over rondwormpjes, La Divina Commedia, Doctor Faustus, Wallace Stevens, en veel meer.

Via mail legden we de in Japan wonende auteur enkele vragen en bedenkingen over zijn boek voor.

U doet onderzoek in de neurowetenschappen, een discipline die op het eerste gezicht weinig raakvlak heeft met literatuur. Of zie ik dat verkeerd? Hoe voedt uw werk als onderzoeker de literatuur? En is er ook een omgekeerde beweging?

Jan Lauwereyns: “Het klopt natuurlijk dat er op het eerste gezicht weinig raakvlakken zijn. Op het tweede gezicht vind ik dat een prachtige uitdaging, in beide richtingen. Vanuit de literatuur gezien bieden de neurowetenschappen een rijke bron voor verkenning en reflectie, zelfs inspiratie, met name omtrent het eeuwenoude (eeuwige?) mysterie van lichaam en ziel, of hoe ons bewustzijn tot stand komt dankzij het vlees onder onze hersenpan.”

“Vanuit de neurowetenschappen is het een al even grote uitdaging om de hersenmechanismen te bestuderen die ten grondslag liggen aan onze vermogens om verbeelding in te zetten, fictieve werelden te creëren en te beleven, et cetera. Toch zullen de neurowetenschappen die uitdaging moeten aangaan, als we ooit echt willen begrijpen wat voor een wezen de mens is. Sommige neurowetenschappers zijn zo stilaan bezig om ook het fenomeen van literatuur te bestuderen.”

“In mijn eigen werk lopen de twee domeinen bijna onvermijdelijk door elkaar, zeker in mijn notitieboeken, maar ook in essays en in fictie. Op een of andere manier kan ik er niet aan ontsnappen, ik ben gewoon voortdurend met beide bezig, en probeer geen onnodige energie te verliezen aan het tobben daarover.”

In ‘Iets is ons boog diep’ leren we naast het leven van professor Yuji Kohara, die per vergissing een halte te vroeg uit de metro stapt, veel bij over het leven van cellen. Het is daarbij niet altijd even duidelijk of die mini-essays het denken van professor Kohara zijn, of dat het bedenkingen zijn van de auteur die hij laat afwisselen met het verhaal over Kohara.

Lauwereyns: “Daar ben ik blij om. Zelf ben ik geen moleculaire bioloog, en wist ik voor het boek nauwelijks iets af van rondwormen. Het was een ontdekkingsreis voor mij om die figuur van Kohara zo nauwkeurig mogelijk voor te stellen, tot in zijn wetenschappelijk denken.”

“Deze roman zie ik ongeveer als een literaire gevalstudie, waarbij ik probeerde om dat wetenschappelijke element te integreren in het dagelijks doen en laten van een mens van vlees en bloed. De tekst wisselt af tussen het ‘hij’-perspectief (Kohara) en het ‘wij’-perspectief, zoiets als de beschouwende wij-vorm, van ‘de observerende mens’, of de nieuwsgierige die een bepaald geval bekijkt en erover meedenkt. Als we onze empathie zo intensief mogelijk inzetten, zullen de twee perspectieven in elkaar vloeien.”

Zou u het verhaal van Yuji Kohara hebben kunnen vertellen zonder de voortdurende uitstapjes naar de C Elegans, La Divina Commedia, Wallace Stevens, enzovoort?

Lauwereyns: “Ja en nee. Het zou een ander verhaal zijn geworden, een ander soort roman. Wellicht schrijf ik later andere soorten romans, maar deze keer wilde ik zo dicht mogelijk bij de vrije geest blijven, die aan allerlei dingen denkt, parallel, divergerend, door elkaar, zo rijk en divers als de werkelijkheid.”

Jan Lauwereyns

Jan Lauwereyns

Opvallend: in het eerste deel van het verhaal komt Kohara per toeval terecht bij Ayaka, nadat hij een halte te vroeg is afgestapt in de metro. In het vervolg van het verhaal blijft het toeval achterwege en wordt het voor de hand liggende verhaal niet verteld. Een bewuste keuze?

Lauwereyns: “Het was in ieder geval bewust dat de vertelling niet de voor de hand liggende routes zou volgen. Overigens denk ik dat het toeval later in het verhaal ook nog de kop opsteekt, zij het minder dramatisch, of minder nadrukkelijk.”

In sommige hoofdstukken duikt plots een cursief geschreven alinea op. De alinea’s in kwestie bevatten poëtische overpeinzingen, bijvoorbeeld: “Ik laat mijn kin op mijn handpalm rusten, waarmee ik de jaloerse verbeelding een klap geef. De stedelijke emoties zijn ook niets dan de polsslag van taal. Ik zend een rottend blad, de offerande van je waanzin.” Ik heb al deze passages na elkaar proberen te lezen, maar een afgerond geheel vormen ze niet. Wie is er in deze passages aan het woord?

Lauwereyns: “Ik stel me die cursieve alinea’s inderdaad als lyrische overpeinzingen voor, iets wat de muze het innerlijke oor van Kohara influistert. Die overpeinzingen zijn dan ook ingebed in het ogenblik – ze geven een extra dimensie aan wat het hoofdpersonage in de gegeven situatie meemaakt. In die zin is het effectief geen afgerond geheel dat zich uit de roman laat plukken om als een aparte dichtbundel te lezen.”

“Ik heb het trouwens zelf nog niet geprobeerd om het zo te lezen, maar dat wil ik nu wel eens doen uit nieuwsgierigheid.”

Hoofdstuk 23 bevat een doorgedreven analyse van ‘La Divina Commedia’ van Dante Alighieri. Borges wijst erop dat er twee Dantes zijn: het personage in La Commedia en de schrijver van het boek. Zijn er ook twee Yuji Kohara’s? Blijft een werk als ‘La Divina Commedia’ vandaag ook nog de moeite van het lezen waard?

Lauwereyns: “Natuurlijk! Zeer zeker blijft La Commedia een klassieker om te lezen en te herlezen. Voor mij zelfs een van een dozijn boeken van voor de negentiende eeuw die toch ondubbelzinnig in gelijk welke canon horen. In zekere zin zat La Commedia voor mij voortdurend in de achtergrond bij het schrijven van deze roman, maar ik denk niet dat er op dezelfde wijze twee Kohara’s zijn. De schrijver van het boek ben ik; en zelf ben ik toch wel iemand helemaal anders dan Kohara; ik ben geen Japanner, geen moleculair bioloog, en heb geen vrouw aan een hersentumor verloren.”

De hiërarchische Japanse cultuur speelt een voorname rol in uw boek. Is dat een gegeven waar je niet buiten kunt als je een boek schrijft dat zich in Japan afspeelt?

Lauwereyns: “Het is in ieder geval een basiskenmerk van de Japanse cultuur. In elk boek over Japan zal het wel aan bod komen, voor zover de schrijver iets van een representatief beeld van Japan wil brengen. Maar het kan uiteraard in verschillende gradaties, afhankelijk van het verhaal.”

In ‘Iets in ons boog diep’ zitten veel intertekstuele verwijzingen. Hoe kijkt u naar de Japanse literatuur? Welke Japanse auteurs (bij voorkeur met vertaald werk in het Nederlands en/of Engels) kunt u aanraden?

Lauwereyns: “Ik lees vrij veel Japanse literatuur, meestal in het Engels, een enkele keer in het Frans, omdat er geen Engelse vertaling bestaat. Ik sta niet per se anders tegenover de Japanse literatuur dan tegenover bijvoorbeeld de Russische of de Amerikaanse. Ik lees gewoon uit nieuwsgierigheid. Ik denk overigens dat de meeste belangrijke boeken wel al in het Nederlands zijn verschenen.”

“Mijn grote drie favorieten zijn Kobo Abe, Natsume Soseki en Kenzaburo Oe. Van Kobo Abe raad ik Secret Rendez-Vous en Woman in the Dunes aan. Soseki’s Kokoro is ook echt een hoeksteen van de Japanse literatuur, net als Oe’s The Silent Cry en zijn laatste, Death by Water. Andere aanraders zijn Shusaku Endo (met name De zee en vergif en Stilte), Osamu Dazai en voor een recente stem, Yoko Ogawa. Haruki Murakami ook (ik blijf gefixeerd op zijn vroege werk, met name Dance Dance Dance), maar die behoeft vanzelfsprekend geen introductie.”

Aan welke andere Nederlandstalige schrijvers voelt u zich verwant?

Lauwereyns: “Ik zou meer proza in het Nederlands moeten lezen; mijn referenties zijn vooral dichters  zoals Tonnus Oosterhoff, Leo Vroman, Hans Faverey, Erik Spinoy, Astrid Lampe, enzovoort.”

“Bij de romanschrijvers denk ik aan Maurice Gilliams’ onvergetelijke Gregoria, of een huwelijk op Elseneur. Ook sommige boeken van Harry Mulisch zoals De procedure. Verder ben ik erg geboeid door de figuur van Frederik van Eeden: de machtige, compleet verschillende trilogie: De kleine Johannes, Van de koele meren des doods en het geniale, postuum gepubliceerde Dromenboek, online beschikbaar bij dbnl.”

Uw boek verscheen bij Uitgeverij Koppernik, die graag buitenbeentjes in de literatuur uitgeeft. Beschouwt u zichzelf als een buitenbeentje in de literatuur? Had uw boek ook bij een andere uitgeverij kunnen verschijnen?

Lauwereyns: “Ik beschouw mezelf in ieder geval niet als een binnenarmpje. Of mijn boek bij een andere uitgeverij had kunnen verschijnen, weet ik niet. Misschien wel, maar ik werk graag met de werkwilligen, en blijf graag verderwerken met wie ik graag samenwerk.”

“Bij Koppernik kwam ik terecht op uitnodiging van Huub Beurskens, een schrijver die ik ook erg waardeer. Ik werd gevraagd om een lang gedicht te publiceren (Theorie van de rondworm, in zekere zin een voorloper van Iets in ons boog diep). Daarna kwam er Nouvelle, ook een wat eigenzinnig ding. Ze geven de boeken mooi uit, en zijn zonder schroom begaan met literatuur omwille van de literatuur. Zo voel ik mij daar thuis.”

Jan Lauwereyns, Iets in ons boog diep, Uitgeverij Koppernik, 224 p.