Aardige dichter schrijft matige bundel

& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal ()
recensie door in

Een getatoeëerd gezicht op een mollige huid “verbastert tot grimassende baby.” Het verwarde gezicht van een slonzige huisbazin doet denken aan een “verwaaide paardenbloem.” In Bernard Wesselings derde dichtbundel ontbreekt het niet aan grappig verwoorde beelden die voortvloeien uit alledaagse observaties.

De Nederlander – die in 2006 nog de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut won – vertrekt meestal vanuit een herkenbare gebeurtenis (passagier kijkt uit auto naar buiten, baasje begroet hond), waarna hij zorgt voor een humoristische of rake omschrijving (“een gekapseisde trein raast over het wolkendek” en het baasje “aait de hond binnenstebuiten”).

In deze bundel buitelen schijnbaar weinigzeggende gebeurtenissen over elkaar heen. Het is duidelijk Wesselings handelsmerk om deze alledaagsheden dan vanuit een originele invalshoek te bekijken of om ze te laten ontsporen tot een fantastische vertelling (zoals in Innige nietigheid of in Comme une femme).

Weinig poëtische zeggingskracht

Wesseling is op zijn best wanneer hij erin slaagt om aan iets triviaals een onheilspellende grondtoon te geven (Schoolplaat met amfibieën). Het zijn vooral deze gedichten die de lezer doen stilstaan bij de werkelijkheid en uiteindelijk uitnodigen tot een tweede lezing.

En toch is & de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal geen beklijvende bundel. Ondanks de humoristische toon, de rake beelden en het soms onheilspellende karakter.

Het schort vooral aan poëtische zeggingskracht

Het schort bij Wesseling vooral aan poëtische zeggingskracht, die een goed gedicht boven een matig kan doen uitstijgen. Het ontbreekt aan die enkele, juiste woorden waarmee goede dichters een grote diepgang kunnen bereiken.

Daardoor blijft de banaliteit waarover Wesseling schrijft, te veel in zichzelf hangen. De dichter wil de tragiek van het leven uitdrukken, maar doet dit te sentimenteel of dramatisch.

Deze bundel is in zekere zin dan ook een gemiste kans. Want dat de 37-jarige Wesseling kan dichten, bewijst hij in het onderstaande Waagstuk. De dichter schildert hier een portret van de geliefde, geschreven vanuit de romantisch-ironische onmacht om met woorden te omschrijven wat het hart voelt. Het resultaat is bijna bijzonder, maar kan toch te weinig boeien.

Waagstuk

Ik weet het: geen portret doet recht. Maar toch,
neem haar van opzij. Ik bedoel haar tekening in één lijn,
dat ik daarvan de verbindingspunten ken als een zeeman of
bedoeïen de constellatie waarop hij zich oriënteert
om thuis te raken. Profiel – zo heet dat.
(Met gepaste onmacht verdergaan, en niks over dat ‘trosje borsten’.)

Wat nog? Het knikje in de brug van haar licht uitwendige neus
(te organisch), haar lippen die, gesloten, de lucht lijken te kussen (te
wulps, te tulps). Een vanillekleurige huid (als vanille een kleur was,
wat ze niet is). Oor met haar ervoor, naar Gorter.

Hopeloos hoofs. Ik mag haar niet de verwoesting in staren.
Maar die ogen dan, waarvan het werkje in de iris een welwillende
kosmos bevat, dat je denkt: wat is ongeluk nog? Hou maar op –
ze kijkt ons al aan met die milde spot, speciaal
voor wie er zoveel aan gelegen is.

Klinkt haar opgewekte stem; een wens dat geluk niet went.

& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Singel Uitgeverijen Bladzijden: 64 de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal (Bernard Wesseling)