De verfrissende Berlijnse bril

Berlijn - Leven in een gespleten stad ()
recensie door in

“Ze waren nog nooit op het idee gekomen eens naar West-Berlijn te gaan.” Het is een schijnbaar onschuldig citaat uit Piet de Moors ‘Berlijn. Leven in een gespleten stad’. En toch illustreert het, eenmaal in zijn context geplaatst, treffend waar dit boek in essentie om draait: op onweerstaanbare, caleidoscopische wijze weerspiegelt de Moor in zijn geliefd Berlijn de Europese twintigste-eeuwse geschiedenis – en zoveel meer.

Aan het woord is immers de Berlijnse schrijver Ernst Haffner in zijn onlangs geherwaardeerde roman Bloedbroeders, een van de ontelbaar vele bronnen die de Moor in zijn boek opvist.  De uitspraak zou je onbewust in de jaren 1970 kunnen situeren, maar dateert in werkelijkheid uit 1932. Of hoe je met één enkele uitspraak de voor kritische denkers de ietwat boude stelling dat Berlijn uit twee zielen bestaat, staande houdt – een voorsmaakje van het “zoveel meer” dat dit boek te bieden heeft.

Een Berlijn-boek schrijven; zelfs voor een kenner als Piet de Moor, die er in de jaren 1970 al eens twee jaar ging wonen en er zich in 2010 opnieuw ging vestigen, moet het een opgave geweest zijn niet in clichés te hervallen en de lezer te blijven boeien. De sterkte van het boek ligt dan ook in het opzet: aan de hand van alledaagse fait divers schetst hij hoe de grootse omwentelingen van de recente geschiedenis in Berlijn ervaren werden. Daarbij is een kijk door de Berlijnse bril vaak beangstigend verfrissend. Zo gaat de Moor in het eerste deel over de Tweede Wereldoorlog dieper in op de manie van de Berlijners om alles wat door de geallieerden platgebombardeerd wordt, terug op te bouwen. Waar het westen er al snel een apologie voor het Hitlerregime in herkent, zoekt de Moor naar een menselijkere verklaring: het verlangen naar een thuis. “Niemand denkt aan Hitler terwijl hij zijn keukenraam dichtspijkert”, citeert hij Ruth Friedrich.

Nog interessanter zijn misschien wel de tientallen anekdotes die illustreren hoe de specifieke Berlijnse situatie de Europese geschiedenis mee vormgaf. Het hoofdstuk over de Lennédriehoek, een  stukje Oost-Berlijns no man’s land op West-Berlijns grondgebied, legt de bureaucratische absurditeiten van de muur als geen ander bloot. De clash tussen twee wereldideologieën vond letterlijk plaats in de achtertuin van de Berlijners.

Het is werkelijk opzienbarend hoeveel opzoekwerk er geleverd is om dit boek te schrijven

Het is werkelijk opzienbarend hoeveel opzoekwerk er geleverd is om dit boek te schrijven – de Moor beweegt zich via literaire citaten van inheemse intellectuelen over dagboekfragmenten tot interviews, lezingen, verslagen en reportages en zelfs een voorzichtige, maar heel geslaagde poging tot geschiedkundige fictie, die naar meer doet hunkeren. De vaak van elkaar losstaande indrukken geven niettemin een totaalbeeld dat door de schrijver in een vlotte stijl aan elkaar geregen wordt, en het geheel een literair cachet geeft.

Toch loert hier ook een zeker gevaar om de hoek. Het opeenstapelen van zoveel bronnen op zo veel verschillende manieren brengt een heel aparte en bijzonder boeiende kijk op de zaken, maar dringt de eigen stem van de schrijver wat in een hoekje, waardoor het boek soms een schoolse lezing in de hand werkt. Zo citeert de Moor in het hoofdstuk over de woningbouw in Berlijn bijvoorbeeld maar liefst 23 bronnen over 7 pagina’s. Dat geeft zeker een mooie inkijk in de visie van toen, maar laat geen ruimte voor een hedendaagse beschouwing.

De Stasi is een opvallende afwezige

Bij het lezen dringt zich de vraag in hoeverre dit genre een eigen interpretatie van de schrijver toelaat wel vaker op. Het is natuurlijk duidelijk dat alleen al het kiezen van de geciteerde fragmenten een zekere voorkeur illustreert  – zo valt het op dat het boek heel oostwaarts gericht is; er komen maar weinig (te weinig?) West-Europese bronnen aan te pas. Ook spreekt uit de melancholie waarmee de laatste jaren beschreven worden de persoonlijke band van de schrijver met de stad. Toch is er hier en daar ook ruimte voor meer gedurfde interpretaties waar de Moor zich niet aan waagt, en dat is jammer. Zo blijft de vraag waarom er zo weinig Duitse literatuur over de bombardementen in Berlijn terug te vinden is in essentie onbeantwoord, en blijf ik wat op mijn honger zitten. Er is ook één opvallende afwezige in het boek, en dat is de Stasi. Misschien worden de Oost-Duitse geheime diensten nauwelijks vermeld om de gebruikelijke platitudes daaromtrent te vermijden – misschien was het ook net een mooie kans geweest het beeld scherp te stellen.

Desalniettemin is het boek een sterke aanrader voor zowel doordeweekse geschiedenisliefhebbers als doorgewinterde Duitslandkenners, die meer dan eens door de petites histoires van de Moor op sleeptouw genomen zullen worden. Want het is net door middel van deze fascinerende microscopische aanpak dat de schrijver aantoont hoe de grote lijnen van de twintigste-eeuwse geschiedenis zich in Berlijn kruisten en de stad zijn identiteit mee vormgaven.

Berlijn - Leven in een gespleten stad
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Van Gennep Bladzijden: 320 Piet de Moor Berlijn