De vlucht voor het donker

Wanderland ()
recensie door in

Net niet halfweg in Paul Baeten Gronda’s ‘Wanderland’ sta ik midden december oog in oog met De Schreeuw van Edvard Munch. Niet toevallig creëerde Munch het werk kort na de definitieve mislukking van een passionele liefdesrelatie.

Ook de succesvolle kunstschilder Igor Nast, de centrale figuur in Wanderland, is na het verlies van zijn grote liefde meer dan ooit overgeleverd aan existentiële angst en eenzaamheid. “Het werd me steeds duidelijker dat hetgeen ons drijft niet seks is, ook geen veroveringsdrift of schoonheid, maar wel pure angst.” Op aandoenlijke wijze telt hij de dagen af die volgen op de verdwijning van zijn Charlie Days. Op dag zeventien schildert hij haar rug op basis van schetsen die hij eerder maakte. Het werk wordt verkocht voor 4,5 miljoen dollar en Nast raakt vanaf dat moment geen borstel meer aan.

Samen met het verdwijnen van zijn grote liefde en het uitdoven van zijn kunstenaarschap merkt Nast echter nog een bijzonder verschijnsel op: de zon lijkt allengs minder fel te gaan schijnen. “Hoewel het langzaam ging en het voor mensen die niet voortdurend met licht en kleur bezig waren misschien moeilijk op te merken was: stilaan verdween het zonlicht.” Die geleidelijke verduistering van zijn bestaan jaagt Nast naar buiten, maakt een onwillekeurige drang naar beweging in hem wakker.

“Zolang ik in beweging bleef, leek de duisternis me niet in te halen en leek het gewicht op mijn borst weg te blijven. Zolang ik mijn baan maar bleef verleggen, kon ik haar misleiden. (…) Bewegen maakte het leven beter.”

En dus doet de schilder iets wat hij anders nooit gedaan zou hebben. Duizend dagen na het vertrek van Charlie Days laat Nast de vernissage van zijn nieuwste tentoonstelling in Venetië aan zich voorbijgaan om in Luzern zijn vader op te zoeken die op sterven ligt. Wat volgt is een hereniging met de halfzus en -broers die hij nooit echt heeft gekend, waarbij de familiegeheimen en taboes langzaam aan de lezer worden geopenbaard. Een drankverleden, een agressieprobleem, een mislukt huwelijk, een verongelukt zusje, geldzorgen en onbeantwoorde liefde passeren de revue. En zowaar: met het passeren van de dagen, de gênante stiltes, de geforceerde gesprekken en het gebekvecht aan tafel groeit bij Igor Nast een stille genegenheid voor zijn worstelende familieleden. Zal het licht weerkeren in de steeds donkerdere dagen van de vereenzaamde kunstenaar?

Zal het licht weerkeren in de steeds donkerdere dagen van de vereenzaamde kunstenaar?

Zoals het een schilder betaamt schetst Igor Nast zijn omgeving hoofdzakelijk in termen van kleur en licht. “Er was licht en duisternis en dikte van verf en olie en de textuur van het doek en alles, elke menselijke en bovenmenselijke emotie, kon je met precies die middelen een vorm geven.” Het huis waarin hij samen met zijn familie verblijft, is ‘vuil zalmroze’ geschilderd, met luiken zo groen als ‘de kleine bladeren van een olijfboom’ of de ‘heldere punten van de Atlantische Oceaan tijdens de herfst’.

Gronda zelf hanteert de metafoor als penseel en schildert overvloedig met de woorden ‘alsof’ en ‘zoals’. Soms levert dat rake beelden op, zoals op pagina 31:

“Sindsdien deed ik alsof het leven geen plan of kompas nodig had, maar gewoon minuut per minuut kon worden ontdekt. Alsof je ’s nachts met een kleine zaklamp over onbekend terrein liep en niet verder kon zien dan de plek waar je voet bij de volgende pas zou landen.”

Wat verder klinkt het treffend:

“Alles gaat ooit verloren. Zoals een naaimachine twee lappen stof aan elkaar stikt, zo haasten wij ons een weg, plaats en tijd met elkaar verbindend. Slag na slag na slag, richting een einde. Wat we intussen vaak vergeten, is dat eenvoudige feit. Het gaat richting een einde.”

De relativiteit van plaats en tijd krijgt een centrale rol toebedeeld. Igor Nast snelt de wereld rond, van Brussel en Manchester naar L.A. en via Venetië naar Luzern en naar Nova Gorica in Slovenië, op de vlucht voor een onbestemde duisternis, maar de plekken die voor hem van betekenis zijn blijven halsstarrig bestaan. Een geruststelling, zo blijkt. “Ik was hier al eens, op deze plek, en nu ben ik terug. Nu ben ik terug en alles is anders maar onze plek bleef dezelfde. De plek is niet verloren.”

Sommige beelden worden zonder schroom gerecycleerd

Het verhaal van Igor Nasts relationele leven ontvouwt zich in een opeenvolging van impressionistische flashforwards en flashbacks, met erdoorheen een rode draad van voortdurende herhaling geborduurd, als een muziekstuk met strofen en een steeds terugkerend, melancholisch refrein. De broers en zussen die elkaar op het hart drukken dat ze er goed uitzien, terwijl dat niet waar is. Flarden zwoele herinneringen aan de paradijselijke tijd met Charlie Days. De veelvuldige verwijzingen naar de vergankelijkheid van het menselijk lichaam: het zweet, de stank, scheten, kak en pis. “Niemand ontsnapte aan de meest fysieke en chemische waarheden. De vertraging van de celwisseling en de malende opbouw van gas in de maag, afbraak van calcium in de botten, het vullen van de blaas en het afsterven van de hersenen.”

In de sterktes van deze roman schuilen ook zijn zwaktes. De talloze vergelijkingen die de lezer zo onstuimig om de oren vliegen klinken bij momenten enigszins ongeïnspireerd. Sommige beelden worden zonder schroom gerecycleerd. “Hij stak zijn telefoon in zijn broekzak, zei ‘zo’, en knikte goedkeurend, alsof we net samen een klusje hadden afgerond.” wordt even later gevolgd door: “Ik klikte het ding vast op een zo zakelijk mogelijke manier en zei: ‘Zo!’ Alsof ik net een lijstje aan de muur had gehangen.”

Het valt wel vaker op: Gronda schrijft zo lekker dat zijn pen op onbewaakte ogenblikken automatisch zinnen lijkt te produceren. Over de parfums van zijn ex-liefjes: “ik wist niet meer wie nu precies hoe rook, al had ik het misschien nooit geweten.” Over kussen: “Kussen werd onderschat. Kussen moest het leven monsteren.” Gronda hanteert een naïeve, bijna kinderlijke stijl die erg aantrekkelijk is maar ook gevaarlijk snel de neiging heeft om bij overdaad op bladvulling te gaan lijken. “Dan gingen we wat eten. We gingen altijd wat eten. Altijd zei een van ons: ‘Zullen we wat gaan eten?’ En de ander vond het altijd goed.” Of nog: “Naast de onze stond er nog een andere auto op de grote parking van de kleine supermarkt in het kleine dorp omgeven door de grote bergen.”

In Wanderland overheerst de schoonheid van de taal en van het beeld

Toch overheerst in Wanderland de schoonheid van de taal en van het beeld. De Schreeuw is niet veraf wanneer Gronda schrijft:

“Ik keek achterom en zag hoe moeder op haar knieën in het grind zat, met haar ellebogen in haar schoot en haar handen voor haar gezicht. Ze huilde zo luid dat er geen geluid meer uit haar keel kwam.”

Voor Igor Nast valt heel het leven te vatten in één beeld.

“Het kon niet anders of ook de tijd van ons leven kon op een dergelijke manier gedraaid worden. Alles samengevat in een enkele impressie, wars van wat wanneer gebeurde en hoelang het duurde. Er was enkel de vraag: gebeurde het ooit of gebeurde het nooit? Viel het binnen de cirkel of erbuiten? Op die manier probeerde ik haar bij mij te houden. Door niet te geloven in heden of toekomst, maar enkel in een groot, opgeteld moment.”

Wanderland
Jaar van uitgave: 2015 Categorie:
Uitgever: Hollands Diep Bladzijden: 224