De ziekte verveelt minder snel dan de gezondheid

Moedervlekken ()
recensie door in

De harde wereld van de psychiatrie. De worsteling met een midlifecrisis. De liefde van een zoon voor een heel bijzondere moeder. In ‘Moedervlekken’ verbindt Grunberg met schijnbaar gemak deze thema’s tot een roman die blijft nazinderen.

Het hoofdpersonage in Grunbergs nieuwste boek is Otto Kadoke (spreek uit: Kadoké), een gescheiden en kinderloze psychiater van 42 jaar. Hij heeft een bijzondere specialisatie: suïcidepreventie. Hij werkt al jaren op een crisisdienst en wordt opgeroepen als iemand een zelfmoordpoging heeft ondernomen. Kadoke beslist dan of een verplichte opname is aangewezen.

Geen eenvoudige job, maar de workaholic Kadoke slaagt er meestal in om de ‘empathische distantie’ te bewaren:

“Professioneel, empathisch en kortstondig, precies zoals het hoort. De kortstondigheid maakt deel uit van zijn identiteit, het over de mensen heen scheren, alles zien, maar nooit lang blijven, altijd weer weggaan, omdat het volgende noodgeval roept.”

De laatste tijd zit het Kadoke echter niet mee: zijn moeder betrapt hem tijdens een avontuurtje met de Nepalese bejaardenverzorgster Rose, die door haar man daarna gedwongen wordt om haar job bij Kadokes moeder op te zeggen. Kadoke staat nu alleen in voor de zorg van z’n moeder en trekt bij haar in.

Maar er is meer: Kadoke was verliefd op Rose en mist haar. Hij stelt ook vast dat zijn libido een knauw heeft gekregen: seksrelaties met artsen in opleiding hoeven niet meer zo nodig:

“Seks was hem ontglipt zoals gitaarspelen je kan ontglippen: een tijd speel je intensief gitaar tot je op een avond tot je eigen verbazing merkt dat het instrument al maanden ongebruikt in een hoek van de kamer staat.”

En dan is er nog het wankelen, die “sensatie aan het vallen te zijn”. Steeds vaker vraagt Kadoke zich af “wie hij is, waarin hij nog gelooft, waarom hij leeft behalve om zijn moeder in leven te houden.”

Moeder, waarom leven wij?

Kenmerkend aan het boek is dat er geen ingewikkelde verhaallijnen of straffe plotwendingen (op één na) zijn. Er gebeurt niet heel veel in deze roman en Grunberg zet vooral in op dialogen. Die variëren tussen analyserende en onderrichtende gesprekken van psychiater Kadoke met patiënten en collega-psychiaters enerzijds, en de tragikomische conversaties tussen zoon Kadoke en moeder anderzijds.

Grunberg tekent de relatie tussen moeder en zoon op een ontroerende manier. Kadoke toont zijn liefde voor z’n moeder door veel fysiek contact, koosnaampjes en de dagelijkse portie knakworstjes – moeder is moeilijk aan het eten te krijgen. De gesprekken tussen moeder en zoon zijn erg herkenbaar en met veel humor geschreven (“Ga eindelijk eens op een vechtsport, jongen.”).

Stilaan ontdekt de lezer dat Kadoke de liefde voor zijn moeder echt nodig heeft; de dagelijkse ritueeltjes en het kleine gekibbel geven hem houvast in een wereld die steeds minder zin lijkt te hebben: “Hij is een man die zich jarenlang had gelaafd aan betekenisloosheid en die nu naar betekenis snakte, hoewel hij beseft dat betekenis groeit op de drassige grond van het toeval.”

Grunberg schetst de morele aftakeling van zijn protagonist met een afstandelijke affiniteit. De gevatte en onderkoelde schrijfstijl zorgen ervoor dat Grunberg afstand kan behouden van Kadoke.

Kadokes intelligente observaties overtuigen ons echter van zijn morele ondergang:

“De geschiedenis van zijn eigen leven schijnt hem willekeurig. Hij kan zich erin herkennen, hij kan de herinneringen sorteren, maar hij weet niet wat de geschiedenis te betekenis heeft.”

Ten einde raad besluit Kadoke uiteindelijk tot een zware overschrijding van het protocol: hij start een ‘alternatieve therapie’ op met Michette, een uitbehandelde patiënte die aan zelfverminking doet. Michette heeft bovendien een ziekelijke zin naar bleekwater:

“Ze giet zichzelf vol met bleekwater, maar ze wil wel elke avond flossen. De patiënten, de mensen in het algemeen misschien wel, zijn paradoxale wezens.”

Michette trekt in bij Kadoke en z’n moeder. Met deze zet gooit Kadoke zijn laatste kaarten op tafel: door de zorg voor moeder kan Michette misschien opnieuw stabiel worden. Het is een gok, maar Kadoke volgt z’n buikgevoel. Want ergens gelooft hij nog in de psychiatrie:

“De improvisatie is de waarheid van de psychiatrie, als hij nog ergens in gelooft dan in die improvisatie.”

Psychiatrie in crisis

En dat brengt ons uiteindelijk bij de psychiatrie. Want behalve een moederboek is Moedervlekken een ontnuchterende inkijk in de wereld van psychiatrische patiënten en hun zorgverleners.

Grunberg schetst overtuigend de worstelingen van zowel de een als de ander.

Kadoke gaat bij verschillende soorten patiënten op spoedconsult: het vroegwijze kind dat een eerste zelfmoordpoging onderneemt, de schijnbaar stabiele man die in een zotte bui een afscheidsbrief opstelt en even later wel degelijk zelfmoord pleegt, de automutilerende vrouw die van de ene behandeling in de andere sukkelt en maar niet beter wordt.

Grunberg laat Kadoke in gesprek gaan met z’n patiënten; we zien hoe de psychiater een inschatting maakt van het risico op zelfmoord. Een inschatting die achteraf soms verkeerd kan uitpakken.

Na het lezen van de verschillende patiëntenscènes en gesprekken moet de lezer wel de confrontatie aan met de vraag: kan je geestelijk zieke mensen echt helpen?

Het knappe aan dit boek is nu dat Grunberg dankzij Kadoke nog een andere prangende vraag kan opwerpen: als de zorgverlener zorgt voor zijn patiënten, wie zorgt er dan voor de zorgverlener?

Want hoewel ‘empathische distantie’ erg mooi klinkt, blijkt de relativiteit van het concept wanneer de zorgverlener zelf door een emotioneel en psychologische moeilijke periode gaat.

Kadoke heeft nauwelijks een sociaal en emotioneel vangnet; en zijn oude moeder kan deze rol onvoldoende spelen. En zo komt het dat Kadoke uiteindelijk bijna in behandeling gaat bij Michette, z’n eigen patiënte. Net zoals Kadoke zijn moeder nodig heeft, heeft hij ook z’n patiënten nodig.

Open einde

Met Moedervlekken levert Grunberg een schijnbaar eenvoudig werk af, maar voor de goede lezer geeft hij heel wat stof tot nadenken.

Hoe het uiteindelijk afloopt met Kadoke, laat de schrijver in het midden. Michette en moeder heeft hij voor een tijdje naar Zeeland gestuurd. Hij lijkt klaar met het leven. Of is er nog een behandeling mogelijk?

En die moedervlekken (“het heuvellandschap op zijn onderrug”) die hij na lang treuzelen heeft laten verwijderen bij de dermatoloog, zijn die wel zo onschuldig als gedacht?

Het open einde is erg knap en krachtig verwoord.

De lezer moet samen met Grunberg en Kadoke vaststellen: “De ziekte verveelt minder snel dan de gezondheid.”

Moedervlekken
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Lebowksi Bladzijden: 401 Moedervlekken Arnon Grunber