Frankrijk door een doornen bril

Ontredderde republiek. Zoektocht naar de ziel van Frankrijk ()
recensie door in

Journaliste Mia Doornaert brengt in Ontredderde republiek een zeer persoonlijke zoektocht naar de ziel van een land op de dool. De auteur verdedigt met vuur de stelling dat een land vorm krijgt dankzij haar elite, wat uitmondt in een rechtlijnig verhaal dat elke zij- of tegenstroom doodzwijgt. Het Frankrijk waar ik reeds zes jaar woon, blijft daarin ver uit beeld.

Troefkaarten meteen op tafel bij Mia Doornaert. Reeds in de eerste paragraaf van Ontredderde republiek wordt de toon voor de rest van het verhaal gezet, enkel en alleen door de referenties die de auteur aanbrengt: Finkielkraut, Gauchet en Zemmour zijn auteurs die doorgaans in het conservatieve en identitaire kamp worden gezet en omstandig van kritiek worden voorzien. Met de kritieken op haar referenties gaat de auteur echter niet aan de slag. De sociale problemen worden in navolging van voornoemde schrijvers: het failliet van de moslimintegratie, de gemiste trein van de technologie en het starre, centralistische staatsdirigisme.

Gezien het assertieve spel van Doornaert voel ik me genoodzaakt eveneens mijn hand open te leggen: ik woon en werk sinds zes jaar in Frankrijk. In de Sud Ouest nog wel, waar Paris, c’est Paris. Ici c’est la France. Waar de in België afgebrande communist Jean-Luc Mélenchon de presidentsverkiezingen had kunnen winnen. “Ik ken geen enkele journaliste die Frankrijk zo goed kent als Mia Doornaert,” zo verklaart haar ex-baas Peter Vandermeersch in een blurb. Wel, ik ken geen enkele journalist die mijn Frankrijk wist te vatten tijdens de afgelopen weken, ook Mia Doornaert niet. Frankrijk is in de Vlaamse pers vooral gebracht als een verhaal waarin elke verhaallijn aan een vooraf bedachte plot moet voldoen.

Onder de brandende actualiteit stroomt ‘een trage rivier’. Met dit citaat van de Poolse schrijver Ryszard Kapuscinski verantwoordt Doornaert de opzet van een duizendjarige geschiedenisles langsheen koningshuizen, revoluties en de republieken. De focus ligt echter niet op de rivier maar op de stenen die haar bedding beroerden. Zo verzandt de vertelling, zeker voor de Vijfde Republiek vanaf De Gaulle, in een flashoverzicht van politieke biografieën met, naarmate de tijd vordert, steeds meer oog voor smeuïge details – de onechtelijke dochter van Mitterrand, het echtpaar Sarkozy-Bruni, de stoethaspelige wijze waarop Hollande zijn maîtresse inruilt voor een nieuwe: zijn ze noodzakelijk om de ziel van Frankrijk te vatten? De vraag stellen is wat mij betreft ze beantwoorden.

“Frankrijk zou niet zijn wat het is zonder de Fransen. Hoe irriterend de hooghartigheid van sommige leden van zijn Parijse elite ook mag zijn, in mijn ervaring is Frankrijk een ‘oud’ land in de beste zin van het woord, met een bevolking die in grote meerderheid beminnelijk en hoffelijk is, de erfenis van een eeuwenoude ‘hoofse’ cultuur.”

Logischerwijze zou Mia Doornaert in dezelfde lijn de huidige politieke malaise moeten verklaren vanuit het falen van de elite, een boodschap die overigens door zowel Macron, Le Pen als Mélenchon werd gebracht. Dat doet Doornaert echter nadrukkelijk niet, hoewel ze met zichtbaar genot het ziekelijke affairisme binnen de politieke naoorlogse elite uitspit. De goede lezer heeft echter spoedig door waar de auteur op aanstuurt: het zijn de socialistische bewindsvoerders die Frankrijk om zeep hebben geholpen. Voor fatsoenlijke conservatieven maar even goed voyous als Sarkozy of Fillon toont de auteur daarentegen verdacht veel begrip.

“Men kan Frankrijk niet begrijpen zonder dat essentiële element: de staat heeft de natie geschapen, en niet andersom.” Van de verhaallijnen die Doornaert aanbrengt is deze de best onderbouwde en daardoor ook meest overtuigende: het centralistische staatsbestuur heeft Frankrijk gemaakt tot wat het is maar ook belemmerd te worden wat het zou kunnen zijn. Dat laatste, wat Frankrijk zou kunnen zijn, bekijkt Doornaert echter door conservatieve en ook wel zeer Vlaamse ogen. Kop van Jut is onder meer de 35-urenweek.

“De arbeidstijdverkorting bindt Frankrijk blijvend een blok aan het been. Ze ondergraaft de competitiviteit en laat daarom op termijn meer banen verdwijnen dan dat ze schept. En ze drijft Frankrijk en Duitsland weer verder uit elkaar.”

Et alors, zeggen Franse werknemers. Zij vinden dat ze aan de juiste kant van de geschiedenis staan, waar arbeidstijdverkorting een rechtlijnig gegeven is. Fransen zijn geen Duitsers, en zeker ook geen Vlamingen. In mijn ervaring zijn ze een stuk minder materialistisch dan Vlamingen, geven minder om uiterlijkheden en status. Wie hoofdzakelijk de elite en de Parijse bovenlaag als referentie neemt, zou het tegengestelde idee kunnen krijgen. Er zijn echter volledige regio’s waar niemand de moeite doet zijn auto of zelfs maar huis op slot te doen, waar de voortuin een verzamelplaats voor rommel is. Parijs is er een verre stad en terreur iets van op televisie.

De ziel van Frankrijk vind je niet in elitaire politieke kringen

De ziel van Frankrijk vind je niet in elitaire politieke kringen. Je vindt ze in de vele kantines, de lokale restaurantjes waar het werkvolk ’s middags voor een prijsje een driegangenlunch komt nuttigen – met wijn en een stevige discussie over de stand van het land. Daar de tijd voor nemen, voor hebben zelfs, zonder wroeging of verwijt, dat is voor mij de ziel van Frankrijk. Ik zou Ontredderde republiek een eigenzinnige zoektocht kunnen noemen, ware het niet dat het vooral een eenzijdig boek is.

Ontredderde republiek. Zoektocht naar de ziel van Frankrijk
Jaar van uitgave: 2017 Categorie:
Uitgever: Polis Bladzijden: 288 Ontredderde republiek Mia Doornaert