Het einde van een geschiedenis

Een unie van het eigen ()
recensie door in

Een unie van het eigen, de tweede roman van Joachim Pohlmann, wordt als ideeënboek aan de man gebracht. We hebben dit aanvaard als een uitnodiging om voorbij de deels voorspelbare ontwikkeling van personages en plot te lezen. Wat overblijft, is een bijzonder interessante kijk op het einde van de geschiedenis.

Pohlmann laat een Vlaamse familie in drie generaties afrekenen met de ideologieën van de twintigste eeuw: fascisme, nationalisme en communisme worden verpersoonlijkt door personages die in het leven deels zullen mislukken, net omwille van hun ideologie. Ook in het post-ideologische tijdperk, verpersoonlijkt in hoofdpersonage Armin Ickx, blijkt de mens een speelbal van het systeem, kernwoord in de roman – een systeem overigens met verduiveld veel kenmerken van een ideologie.

Doorheen lange gedachtestromen stelt Pohlmann de verhouding tussen individu en systeem op scherp in een wereld die niet langer door de grote –ismen wordt geregeerd. “Verscheidenheid betekent efficiëntieverlies,” is daarin de centrale stelling. “Het is fascinerend om te zien hoe snel individuen zich conformeren aan de logica van het systeem,” wordt ons ook meegegeven. De logica van dat systeem is niet winst maar efficiëntie. Het teert ook niet op individuele talenten want iedereen is vervangbaar.

De dualiteit van Armin Ickx is fascinerend

De dualiteit van Armin Ickx is fascinerend. Enerzijds is hij een zeer gehaaid bankier met een bijzonder erudiete blik op de samenleving waarin hij leeft, anderzijds lijkt hij niet in staat om met zijn medemensen een betekenisvolle relatie op te bouwen die verder gaat dan het professionele. Daarvoor bekijkt hij zijn naaste medemens al te vaak vanuit belabberde clichés. Dit komt vooral tot uiting in zijn observaties van assistente Leen, die wordt neergezet als een oppervlakkig Flair-wijf, om het even met Clement Peerens te zeggen.

Deze dualiteit tussen eruditie en cliché zit eigenlijk in het volledige boek. Pohlmann schuwt literaire verwijzingen naar Griekse mythologie, politieke essays en biografische elementen van Vlaamse politici niet. Dit geeft het boek een fijne gelaagdheid maar staat in schril contrast met al te stereotiepe elementen in de beschrijving van de Oostfronter en zijn motivatie, de vrouw achter de sterke man, de Vlaamse kleine zelfstandige, de mei ’68-er. De vraag kan opgeworpen worden of deze dualiteit bedoeld is, dan wel een gevolg van de literaire beperkingen van de schrijver. Het lijkt ons dat Pohlmann als schrijver boeiend genoeg is om in een verder œuvre deze vraag te beslechten.

In Knack werd Pohlmann tot de Vlaamse Houellebecq gebombardeerd. Beide auteurs hebben scherpe ideeën, dat zeker, maar waar Houellebecq ze doorgaans subtiel in personages en verhaallijnen verwerkt, gooit Pohlmann ze plompweg in de gedachtestroom van Armin Ickx, in een taal die soms storend schools wordt. In dat opzicht zijn de personages ook weinig meer dan vehikels om ideeën weer te geven of, erger, clichés te debiteren. Een voorbeeld: “Een mens moet keuzes maken. Vanaf het moment dat hij geboren wordt, tot het moment dat zijn bestaan eindigt.”

Pohlmann komt tot een zeer scherpe en wat ons betreft ook rake sociologische analyse

Dat neemt echter niet weg dat Pohlmann tot een zeer scherpe, en wat ons betreft ook rake, sociologische analyse komt. “Europeanen zijn bang voor de consequenties van hun denken.”  Deze luciditeit is wat Een unie van het eigen echt de moeite waard maakt: Pohlmann hertaalt Fukuyama’s einde van de geschiedenis naar het einde van een geschiedenis, die van de Europese mens die weinig brokken meer zal maken in de pap van de evolutie. “Uit angst dat als het iets zou kunnen betekenen, we het ook zouden moeten verdedigen.”

Een unie van het eigen
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Uitgeverij Polis Bladzijden: 432 Een unie van het eigen Joachim Pohlmann