In de beperking toont zich de meester

Schuld ()
recensie door in

‘Schuld’, de vierde roman van Amsterdammer Walter van den Berg, vertelt het verhaal van een gebroken gezin, molensteen om de nek van de samenleving. Maar laten we vooral geen slechte beeldspraak bezigen in de bespreking van een roman die stilistisch magistraal is uitgepuurd. Met Schuld heeft van den Berg niet enkel een goed verhaal geschreven, hij toont ook literair meesterschap.

Schuld blinkt uit in taalkundige anorexia: in het boek vallen maar een paar, zeer zuinige, metaforen op te tekenen. Zinnen zijn bij voorkeur kort, de woordenschat beperkt tot een absoluut minimum. Van den Berg schrijft zonder franje, zonder beeldspraak of opsmuk. In de beperking toont zich de meester, wordt weleens gezegd.  Van den Berg neemt met zuinig taalgebruik de lezer weergaloos bij het nekvel.

Van den Berg brengt zijn verhaal zonder veel omhaal

Van den Berg brengt zijn verhaal zonder veel omhaal. Het gaat hier om beweging, door de stad Amsterdam, en gesprekken tussen personages. De beschrijving van de scène of gedachten van de personages laat hij zo veel mogelijk achterwege. Het meesterschap toont vooral zich in de manier waarop van den Berg zijn personages in dialoogvorm op scherp stelt. Hij maakt hierbij veelvuldig gebruik van herhaling van woorden en zinsdelen, zonder echter één woord te veel te schrijven.

Zo belt Marco, militair gestationeerd in Uruzgan, zijn vrouw Sandra:

Ik mis jouw lach.
Wat?
Ik mis jouw lach. Jij zei dat je mijn lach miste, en ik mis jouw lach.
Ga nou niet ineens zeiken over mijn lach.
Nee, ik zeg gewoon dat ik je lach mis.
Er valt niets te missen aan mijn lach. Ik denk dat we een beetje uitgeluld zijn. Ik ga ophangen.
Oké.
Heb je nog iets te zeggen dan?
Nee, zei ze, nou ja, gewoon.
Wat, gewoon? Zeg dan gewoon eens wat je wilt zeggen. Jezus.
Niets, maar ik vind het jammer dat we elkaar eens per week spreken en dat we dan alweer zo snel ophangen.
Ja, Jezus. Het gaat toch nergens over? Dan kan ik net zo goed ophangen.

In een essay op deze site stelt Heleen Debruyne zich de vraag waarom er zoveel slechte dialogen zijn in de literatuur en wat een goede literaire dialoog wel moet zijn. Ze haalt haar antwoord bij Elisabeth Bowen, die enkele stelregels opwerpt. Voorbeelden had ze veelvuldig kunnen vinden in Schuld. Elke dialoog is raak, voegt essentiële elementen toe aan personages en verhaal, en doet dit zonder aan geloofwaardigheid in te boeten.

Van den Berg toont zich overigens bewust van de sterkte van zijn dialogen. Cor, een schrijver, legt hij in de mond: “Ik probeerde een paar dialogen te schrijven, maar de ene keer werd het te pompeus, de andere keer te subtiel.” Dat de auteur in zijn tekst toch wat ruimte heeft willen laten voor literaire pretentie, is gedurfd maar ook volslagen terecht.

‘Schuld’ kan als voorbeeld van de Nederlandse literaire zuinigheid in elke schrijfcursus

Schuld kan zo als voorbeeld van de Nederlandse literaire zuinigheid in elke schrijfcursus: via een uiterst omzichtige omgang met het taalregister heeft Walter van den Berg een bijzonder knap geconstrueerd verhaal afgeleverd, met levensechte personages wier levens geleidelijk ineen vlechten binnen een goed doordachte plot.

Schuld
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Das Magazin Bladzijden: 226 Schuld-Walter-van-den-Berg