Jagen op het leven

Licht en geluid ()
recensie door in

‘Licht en geluid’ belooft een literaire roadmovie te zijn, een mystiek en gevoelig relaas. Maar hoe combineer je de harde werkelijkheid met het mysterieuze? Ongegeneerd en ongeremd raast Van Meenen ver voorbij de grens tussen fantasie en realiteit.

Na een pijnlijke confrontatie met zijn vader besluit No op zoek te gaan naar een beeldje dat ooit aan zijn moeder heeft toebehoord. Maar dat beeldje bevindt zich inmiddels in München. No besluit de hulp van Simon in te roepen, en wat volgt is een reis doorheen Europa. Opgejaagd, als vluchtelingen. Want al snel blijkt dat No zich los wil scheuren van iets wat hem lijkt te achtervolgen.

Tijdens hun reis doen beide jongens vele indrukken op, nooit hebben ze tijd om uit te rusten. De ene ontmoeting wordt meteen door een andere opgevolgd. De ene vlucht door de andere. Gejaagd, op het scherp van de pen. Zo leren No en Simon Daphne en Lauren kennen, met wie ze, na een portie groepsseks, de stad onveilig maken. En rijden ze ‘n heel eind mee met de ongure motorbende Maria Bid Voor Ons.

Suggestie en de ragfijne scheidingslijn tussen droom en werkelijkheid spelen een grote rol in Licht en geluid: het is niet altijd duidelijk dat wat No beleeft ook werkelijk plaatsvindt, of dat hij zich overgeeft aan een vlucht uit de realiteit door het wegzakken in dromen en het opeenstapelen van leugens. Ook No blijkt niet steeds het onderscheid tussen werkelijkheid, droom en bedrog te kunnen maken. Zo lijkt hij zich steeds meer te verliezen in het verhaal dat hij fantaseert en manipuleert. Beelden en hallucinaties stapelen zich zó op dat het onmogelijk wordt om nog zeker te zijn van wat werkelijkheid is en wat niet. Want wat met die voormalige vriend van No’s moeder, de handelaar in antiek die het beeldje mee naar München nam? Bestaat die man wel echt, of verzon No het bestaan van het beeldje enkel om Simon zo ver te krijgen samen met hem van huis weg te lopen? Van Meenen weet de aandacht van de lezer vast te houden door ons alles wat hij ons vertelt in twijfel te laten trekken.

Bovendien maakt Van Meenen ook erg handig gebruik van terugkerende zinnen en symbolen. Wanneer No van huis vertrekt, neemt hij een mango met zich mee. Die mango verbindt hij met het idee van (seksuele?) onschuld: de vrucht is nog niet rijp, en Simons moeder druipt misnoegd af wanneer No het niet in haar bijzin wil opeten. Hij wil de mango bewaren tot hij het met iemand kan delen. Later, op de trein, plukt Daphne de vrucht uit No’s handen om het vervolgens door het raampje op de treinsporen te pletter te gooien. No verliest zijn (schijnbare) onschuld: ‘Ik weet dat je een vrije vogel bent’, ‘We zijn vrij’, ‘Ze zijn vrij’ en ‘Iedereen is vrij om te doen wat hij wil’ zijn vaak terugkerende zinnen in Licht en geluid. Die opeenstapelingen van herhalingen geven de roman een gevoel van continuïteit.

De combinatie van al deze elementen zorgt voor een handig uitgebalanceerde spanningsboog, die nog wordt vergroot door de homo-erotische waas die boven de vriendschap tussen beide jongens hangt. No en Simon trekken elkaar aan en stoten elkaar weer af, tikken elkaar plagend op de kont om daarna met elkaar op de vuist te gaan. ‘Ben je verliefd op Simon?’ vraagt Daphne. Een antwoord blijft uit, maar de suggestie wordt in het boek meermaals gewekt. No wil léven, maar kan niet op eigen benen staan. Hij zoekt houvast bij Simon, die ‘weet hoe het moet’.

Toegegeven: af en toe stokt het wat. Wanneer Van Meenen schrijft dat No er “bijstaat als een zak diepvriesgroente” en dat “de bewondering in [Simons] ogen als een vruchtbare regenbui in de droge kloven van mijn hart valt”, gaan bij de lezer de ogen aan het rollen. Maar haast en spoed zijn zelden goed, moet Van Meenen gedacht hebben, want tussen de vele hallucinaties en indrukken door, is er af en toe ook tijd voor bezinning. Het is net op die momenten dat Van Meenen erg rake zinnen neerpent:

Het ene moment ben je vader, moeder, broer of zoon, een ogenblik later is er alleen de donkere akker van de leegte waarop je langzaam voortploegt, zonder om te kijken.

Van Meenens debuutroman gaat hier en daar gebukt onder enkele minpuntjes: het infantiele “stijve piemel” is een beetje lachwekkend wanneer je geen zestien meer bent, en ook de soms halfbakken metaforen werken vaak op de lachspieren. Af en toe had een redacteur de auteur een halt moeten toeroepen, slordigheidsfoutjes hier en daar geven het boek een ietwat onaf gevoel. Maar de goed uitgedachte, schijnbare chaos maken Licht en geluid het lezen meer dan waard.

Licht en geluid
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Nijgh & Van Ditmar Bladzijden: 238