Liever een nette leugen dan de rommelige waarheid

Hoe ik talent voor het leven kreeg ()
recensie door in

Tussen 1995 en vandaag worden er meer dan 45.000 asielzoekers opgevangen in Nederland, meldt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Hoe ik talent voor het leven kreeg is niet alleen hun verhaal, maar ook een kritische reflectie op de Nederlanders en hun bureaucratisch systeem.

Dit verhaal zit hem dwars, schrijft Al Galidi. Praten of schrijven over zijn tijd in het asielzoekerscentrum (AZC) ging lange tijd niet. Hij schrijft columns, gedichten en romans over andere onderwerpen. Over het plattelandsleven in Irak onder het bewind van Saddam Houssein bijvoorbeeld. Maar ook Nederland fungeerde al eerder als setting in De austist en de postduif.

De negen jaar die hij spendeert in het ACZ blijven een onbeschreven gebied. Tot iemand hem ernaar vraagt, en hij vanaf 2012 elke maand een hoofdstuk schrijft. Gaandeweg begint hij meer verantwoordelijkheid te voelen voor zijn verhaal; hij moet het vertellen. “Dit boek is fictie voor iemand die het niet kan geloven, maar non-fictie voor iemand die ervoor open staat,” leidt Al Galidi in.

Al Galidi leert ons dat rechtvaardigheid te koop is

Al Galidi’s beschouwingen over Nederland zijn pijnlijk, maar vaak ook grappig. Het Nederland van degene die er geboren wordt, is consequent en rechtvaardig. Al Galidi leert ons dat die rechtvaardigheid te koop is. “Ach, hoe zacht is Nederland voor de asielzoeker die kan betalen,” schrijft hij.

Je gooit geld in het systeem dat Nederland is en de menselijkheid van het systeem draait maar door tot je alles kunt bewijzen.

Inconsequenties in een dossier veegt een goede advocaat van tafel door te stellen dat zijn cliënt bij bepaalde passages de tolk niet goed begrepen heeft. In het Nederland van asielzoekers is een nette leugen beter dan de rommelige waarheid. Dat doet zeer als je bedenkt wat Nederlandse waarden zijn: gelijkwaardigheid, transparantie en eerlijkheid.

Hoe ik talent voor het leven kreeg had een veel zwaarder boek kunnen zijn. Tijdens de negen jaar in het AZC ziet Al Galidi mensen geboren worden, gek worden en sterven. Gelukkig heeft hij ook veel grappige momenten uitgekozen. Met name de dynamiek tussen Nederlanders en asielzoekers is interessant. Hielenlikker Firaas krijgt bij Nederlanders alles voor elkaar.

Ik zei dat ik een probleem had, maar dat ik niet wist of ik erover mocht vertellen. Ik gebruikte expres het woord mocht, want Nederlanders zijn trots als je ze iets vraagt en het woord mogen gebruikt.

De Nederlandse Annelies die in het AZC werkt antwoordt inderdaad dat hij alles mag vragen; Nederland is een vrij land. Firaas legt zijn liefdesperikelen voor: hij heeft een affaire met een vrouw, maar is eigenlijk verliefd op haar dochter. Annelies geeft hem twee dagkaarten voor de trein en hij krijgt vrijstelling van het dagelijkse melden, zodat hij tijd heeft om na te denken. Als hij het navertelt, brult hij van het lachen.

De scepticus zou zeggen, zie je wel: asielzoekers zijn leugenachtige profiteurs. Maar of ze nu vluchten voor de oorlog, of uit economische redenen zijn vertrokken, of hun verhalen nu authentiek zijn, of flink aangedikt: negen jaar doelloos wachten of rondzwerven zonder papieren wens je niemand toe. Daarom is dit boek verplichte kost voor iedereen met een Nederlands paspoort. Want: “Mensen met een goed paspoort zullen nooit weten hoe scherp de tanden van deze wereld zijn en hoe hard als ze bijten.”

Aan de ene kant kiest Al Galidi ervoor om zijn verhaal te vertellen alsof het een roman is. “De verteller in dit boek ben ik niet zelf,” schrijft hij in zijn voorwoord. “Het is iemand die ik Semmier Kariem heb genoemd. Zo kon ik de schrijver blijven, zonder hoofdpersoon te zijn.” Aan de andere kant stapt hij soms uit het verhaal. Hij spreekt de lezer- dat zijn ik en jij, maar in de eerste plaats degene die hem aanzette dit boek te schrijven, vaak direct aan. Dat haalt de vaart uit het verhaal.

De manier waarop Al Galidi de lezer aan de hand neemt, doet zeer schools aan

“Ik vertel je dit nu, zoveel jaren later, maar na al die jaren voel ik nog de angst van die situatie als ik eraan terugdenk.” Een paar regels verder: “Ik heb je heel kort verteld over Irak en Jordanië, terwijl het een lang verhaal is.” Om het hoofdstuk af te sluiten met: “Eerst zal ik met je teruggaan naar het AZC.”

De manier waarop Al Galidi de lezer aan de hand neemt, doet zeer schools aan. Maar misschien moeten we het hem niet aanrekenen; duidt die manier van vertellen aan waar de fictie in non-fictie overgaat. Het belangrijkste is dat dit verhaal er toch gekomen is. Niet elke asielzoeker heeft het lange wachten overleefd. Gelukkig zijn er mensen die kunnen navertellen wat de gevolgen zijn van het logge Nederlandse asielsysteem. Nu nog een oplossing.

Hoe ik talent voor het leven kreeg
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Uitgeverij Jurgen Maas Bladzijden: 472