Literaire pageturner

Orewoet ()
recensie door in

Intertekstualiteit speelt een grote rol in Orewoet, het debuut van Emy Koopman. Het citeren van en verwijzen naar het werk van anderen mag echter geen dekmantel zijn om eigen schoonheidsfoutjes te verbergen. Want hoe interessant intertekstualiteit ook is, uiteindelijk is het de literaire waarde van van het boek zelf dat moet worden beoordeeld.

‘Orewoet’ is de klinkende titel van Koopmans roman, maar wat betekent het precies? Het woord is in onze huidige Nederlandse taal in onbruik geraakt, maar in haar strofische gedichten, waarin ze haar liefde voor God bezingt, dicht de 13e-eeuwse mystica Hadewijch het woord de betekenissen ‘vurige onrust’ en ‘brandende begeerte’ toe. Hartstochtelijk verlangen dat tot waanzin drijft.

Behalve naar Hadewijch, verwijst Koopman ook naar Sylvia Plath en Anne Sexton, die beiden zelfmoord begingen. Het schrijverschap had hen volledig gesloopt en ook op liefdesvlak liep het voor beiden bijzonder slecht af. Koopmans personage Lucas is gebaseerd op beeldend kunstenaar Ulay, die jarenlang met Marina Abramović heeft samengewerkt, en Koopman verwijst ook naar dichter Jan Elburg, Nirvana-frontman Kurt Cobain en zanger Marilyn Manson. Een hele kluif dus, al hoef je als lezer niet bekend te zijn met het leven en werk van deze artiesten om een touw aan Orewoet vast te knopen.

Intertekstualiteit kan leiden tot een bredere leescultuur

Intertekstualiteit is bijzonder interessant omdat het, wanneer het goed wordt toegepast, tot een bredere leescultuur kan leiden. Als lezer ga je immers op zoek naar het werk van auteurs die tot dan toe onbekend voor je waren, en nog mooier: de citaten en verwijzingen die worden aangehaald winnen aan belang en roepen op hun beurt weer heel andere associaties op, waardoor het geheel een diepere betekenislaag krijgt.

Wanneer je veelvuldig naar het leven en werk van andere artiesten verwijst, bestaat het gevaar dat het kan lijken alsof je de lezer met je kennis en belezenheid wil imponeren, maar Koopman houdt het verwijzen en citeren echter functioneel. Nooit lijkt het alsof ze zomaar wat namen het boek binnenloodst in de hoop daar extra punten mee te scoren. De associaties waar ze haar roman aan ophangt stuwen het verhaal een bepaalde richting uit, maar geven het slot van Orewoet niet voortijdig prijs. Op een heel handige manier bouwt Koopman de spanning op en houdt ze de aandacht van de lezer vast.

Uiteraard hoort een roman op meer te steunen dan citaten en literaire verwijzingen. Er is namelijk ook het proza van Koopman zelf. In Orewoet lezen we het verhaal van drie personages: dat van Alex, Agatha May en Diederik. Elk van Koopmans personages kampt met allerlei problemen, angsten en kleine tragedies. Zo is er Agatha, een alleenstaande moeder, die zich verliest in het verdriet om haar sinds jaren ten dode opgeschreven, kortstondige verhouding met Lucas, die spoorloos verdween. Via dagboekfragmenten van Agatha May wordt de lezer terug het verleden ingeslingerd waardoor de intrige, die de basis vormt voor Koopmans verhaal, langzaam uit de doeken wordt gedaan. Diederik schrijft dan weer brieven, waarin hij zijn rol in het hele verhaal uit de doeken doet: hoe hij Agatha May jarenlang leugens heeft voorgeschoteld en wat de precieze oorzaak is van Lucas’ verdwijning. Tussendoor volgen we ook Alex, de zestienjarige zoon van Lucas en Agatha, die op zoek gaat naar zijn vader in de hoop zichzelf te vinden.

Aan het eind van het boek is er plots een stijlbreuk

De spreek -en schrijftaal van Koopmans personages zijn doordacht en elk hebben ze hun individuele, herkenbare manier waarop ze zich uitdrukken, wat hen als fictieve figuren dat extra beetje geloofwaardigheid verleent. Iedereen heeft zijn eigen psychologische bagage mee te torsen en iedereen heeft een unieke stem, niemand is inruilbaar.

Die stem wordt trouwens steeds misbruikt om informatie achter te houden: elk personage heeft er baat bij bepaalde feiten te verzwijgen of bij te kleuren. Als lezer moet je de stukjes zelf in elkaar passen. Wie belazert de boel, en waarom? Doen ze dat louter uit zelfbehoud of hopen ze er de anderen mee te kwetsen? Wanneer kan je iemand als waanzinnig bestempelen? Of is iedereen sowieso te wantrouwen? Alfred de Musset schreef het namelijk al eerder: de enige waarheid ter wereld is de waanzin van de liefde. Koopman bewijst dat ze complexe, veelzijdige personages kan neerzetten en dat ze inzicht in de menselijke psyche heeft.

Maar aan het eind van het boek is er een stijlbreuk, waar Alex’ gedachten  jachtig, met weinig of geen interpunctie, worden weergegeven. Die koortsige beschrijvingen suggereren dan wel de razendsnelle vaart waarmee Alex zich in zijn waanzin stort, maar die breuk komt er veel te plots. Alex gaat halverwege het boek met een gestolen winkelwagentje op pad om afgedankte rommel te verzamelen, en bouwt hij met houten planken, touw en zeildoek een constructie waar hij zich schuilhoudt voor de buitenwereld, maar dat op zich maakt de hallucinaties op het eind van de roman niet geloofwaardig. Er lijkt geen logische overgang te zijn; de waanzin waaraan Alex ten prooi valt lijkt te abrupt, alsof de auteur het schrijven even moe was en naar een manier zocht om een eind aan het verhaal te breien. En dat is jammer, want Orewoet is een pageturner, die, ironisch genoeg, vaart verliest wanneer Koopman het verhaal steeds jachtiger gaat opschrijven, waardoor de lezer wat op zijn honger blijft zitten.

Met Orewoet levert Emy Koopman een indrukwekkend debuut af, al had ze af en toe op de rem mogen staan. ‘Haast en spoed is zelden goed’, luidt het bekende spreekwoord. In het geval van personage Alex leidt het zelfs tot een wel erg abrupte aanval van zinsverbijstering. Wij laten ons hoofd gelukkig niet op hol brengen, en kijken uit naar volgend werk van Koopman.

Reactie van de auteur

Beste Wout,

Laten we het over het einde van Orewoet hebben, zonder al te veel weg te geven. Eerdere lezers vertelden mij hoe sterk ze het einde vonden, dat ze niet meer konden stoppen met lezen, dat ze ‘ademloos’ waren. Ook zij merkten de versnelling waar jij het over hebt op; alleen de waardering is anders. Voor jou is het einde te jachtig. Daar kan ik weinig tegenin brengen. Zelf vind ik Nirvana’s album Nevermind bijvoorbeeld precies hard genoeg, maar mijn moeder zal het te hard vinden, mijn broer juist te zacht. Ik zal ze niet kunnen overtuigen van mijn gelijk; het is een kwestie van smaak.

De logica van de stroomversnelling binnen het verhaal en voor het personage Alex kan ik wel verdedigen. Graag zelfs, ik heb er immers goed over nagedacht. Volgens jou is het een stijlbreuk die uit het niets komt, maar dan heb je vele hints gemist. Vanaf het begin heeft Alex al moeite om met beide benen op de grond te blijven staan. Hij verliest zich voortdurend in dagdromen en als situaties emotioneel worden depersonaliseert hij (om er maar even een psychologische term tegenaan te gooien). Alex is een in zichzelf gekeerde zestienjarige jongen die zichzelf pijnigt (letterlijk) om te voelen dat zijn lichaam nog steeds van hem is. Lang lukt het hem om zichzelf bij elkaar te houden, maar uiteindelijk versplintert hij alsnog.

Het moment waarop dat gebeurt, is allesbehalve willekeurig. Ik wil niet te veel verklappen, maar ik kan wel zeggen dat dit de eerste echte confrontatie is tussen hem en zijn moeder (Agatha May), een frontale botsing, een gebeurtenis die voor haar (door haar eigen verleden) een zware lading heeft. Na deze botsing raakt Alex zowel letterlijk als figuurlijk op drift. Als lezer zit je dan in zijn op hol geslagen gedachtestroom. En die gaat, vanzelfsprekend, snel, razendsnel.

Orewoet
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Prometheus Bladzijden: 255
  • Fleur

    Waarom zou je remmen? Emy Koopman is gewoon de Max Verstappen van de literaire wereld. Niks mis mee toch?

  • Janneke

    Interessant dat je vindt dat het verhaal aan het einde wat ontspoort, Wout. Persoonlijk vond ik dat bij deze roman juist helemaal niet. Ik vond juist dat Koopman in het verhaal tot het einde toe nauwkeurig de karakters van de personages in stand bleef houden. De passages met korte warrige zinnen die aan het einde een paar keer voorkomen passen wat mij betreft helemaal binnen de gedachtengang van personage Alex – ik kon me door de stijl juist inleven in hoe hij de dingen beleefde. Ik denk, zoals Koopman in haar reactie schrijft, een kwestie van smaak.