Op Tinderdate met de barbaar in jezelf

Onbehagen. Nieuw licht op de beschaafde mens ()
recensie door in

We beleven vreemde tijden. Terroristen hier, populisten daar, onredelijkheid overal. Het Obamatijdperk van hoop en humanistisch optimisme is slechts een vage herinnering. Het Trumptijdperk van nostalgie en provinciaals pessimisme belooft allerlei groeipijnen. Steeds meer slimme mensen zeggen steeds luider dat onze samenleving op hol is geslagen.

Deze slimme mensen zijn het erover eens dat de zegen van de rede ons heeft verlaten. Maar hoe we de nieuwe onredelijkheid, die in haar plaats over ons neerdaalt, best begrijpen, is nog niet geheel duidelijk. Gewaardeerd Nederlands intellectueel Bas Heijne geeft alvast een voorzet. In Onbehagen. Nieuw licht op de beschaafde mens fileert hij de condition humaine aan de hand van Das Unbehagen in der Kultur, een sleutelessay van Freud.

Terecht. Want Heijne heeft helemaal gelijk wanneer hij zegt dat “Freud […] ons meer bewust [heeft] gemaakt, bewust van wat het betekent om mens te zijn – en dus onredelijk en onbewust.” Willen we Brexiteers, CETA-hypochonders, Trumpstemmers en polderjihadi’s begrijpen, moeten we bij de pionier van onze schaduwzijde te rade gaan.

Who let the dogs out?

Het probleem met Onbehagen is dat Heijne dat slechts pro forma doet. Hij gaat niet te rade bij Freud zelf, maar freewheelt tussen de clichés die de vader van de psychoanalyse overladen. Hierdoor laat zijn analyse van ‘het hedendaagse onbehagen’ aan theoretische en kritische wensen te over – en wordt het vel van Freud te goedkoop verkocht.

Het ziektebeeld van Heijnes onbehaagden, en dus onze actualiteit, is het volgende. De wereld waarin wij leven is erg complex. Omdat onze humanistische cultuur tekortschiet in het omkaderen van deze geglobaliseerde complexiteit, stijgt ze bepaalde mensen boven het hoofd. Hierdoor ontstaat “het verlangen […] naar een radicaal herstel van autonomie,” naar een “gesloten gemeenschap die zich niets van de buitenwereld meer hoeft aan te trekken.” “Al het onbehagen in de cultuur richt zich [op dit verlangen].” Dit is, helaas, een allergevaarlijkst verlangen, want het minder complex wensen van de wereld maakt de wereld niet minder complex. Er ontstaat een tegenstelling tussen de complexe buitenwereld en de simplistische binnenwereld van de onbehaagden, die onhoudbaar is. Om deze tegenstelling op te heffen, laten de onbehaagden “iedere remming en ieder realiteitsbesef” varen. Maar door af te stappen van het freudiaanse realiteitsprincipe, hebben ze hun “eigen gewelddadigheid” niet langer onder controle. Het niet langer beteugelde lustprincipe krijgt vrij spel – met alle gevolgen van dien.

Het vel van Freud wordt te goedkoop verkocht

Dit verhaal klinkt enkel freudiaans. De kern van Heijnes theoretische problemen is zijn begrip van wat Freud onderdrukking noemt. Heijne zegt: “[d]e oerdriften in een mens, seksueel en gewelddadig, worden getemd door wat beschaving heet.” “Evolutionair diep […] [in]geworteld[e]” verlangens staan tegenover de krachten van het in ‘cultuur’ gewortelde realiteitsprincipe. Enkel Bildung beteugelt onze barbarij. Bij Freud, daarentegen, zijn het lust- en realiteitsprincipe wederzijds afhankelijk van elkaar – en enkel samen constitutief voor onze psyche. Er is geen sprake van een ‘eeuwige strijd’ tussen een barbaarse biologie en ruimdenkende cultuur, maar van een onlosmakelijke eenheid – die wordt ‘belichaamd’ door onze psyche zelf. Psychoanalytische kritiek wil onze ‘barbaarse’ driften niet ‘beter’ inmetselen, maar wijst er net op dat er doorheen de spleten van elk menselijk bouwwerk schaduw schemert.

Zo zijn “Tinder en andere apps” tekenend voor hoe de sluisdeuren van onze psyche werden opengedraaid. Zij maken het immers “mogelijk vrijwel onmiddellijk seksuele driften te bevredigen […].” De barbaren kloppen zich op de borst! Het is te zeggen: de vaandeldrager van onze redelijkheid heeft duidelijk nog nooit getinderd – en Freud lui gelezen. Hij miskent het wederzijdse en creatieve karakter van de verhouding tussen de object-oorzaken van onze verlangens en de dynamische wijze waarop onze psyche deze verlangens ‘belichaamt’ (door ze te verdringen, en/of te verschuiven, en/of te sublimeren, …, en/of te bevredigen).

De vaandeldrager van onze redelijkheid heeft duidelijk nog nooit getinderd

Zoals iedereen die wel eens tinderde (of Freud las) weet, is Tinder niets meer (maar ook niets minder) dan een zoveelste schakel in de productie- en distributieketen van onze libidinale economie. Tinder is helemaal geen voorbeeld van hoe ‘normale onderdrukkingsprocessen’ vandaag zouden worden kortgesloten, maar net van het dynamische karakter van de processen-structuren die vlees geven aan onze psyche. Zelfs wanneer je er “vrijwel onmiddellijk” in zou slagen via Tinder met iemand te neuken, ‘bevredigt’ Tinder niets. (Enkel in de mate dat Tinder zelf – mensen wegswipen, bekeken worden door de anonieme blik, … – je verlangens bevredigt, kan Tinder je verlangens bevredigen.) Tinder is een extra moment in de oneindige keten van onze verlangens, niet het schuurpapier waarmee de barbaren ons dunne laagje beschaving afschrobben (schurend op de zwoele beat van deze donkere, complexe nacht, klauwend naar de doos van Pandora, die niet minder hysterisch is…).

Check your symptom

Heijne miskent ook de relatie tussen ‘subjectieve’ binnen-werelden en de ‘objectieve’ buitenwereld. Bij hem is de grens tussen beide het realiteitsprincipe: ook al ben jij een neuroot, de wereld is het reële noorden nog niet kwijt – enkel wat ‘complexer’ dan gisteren. In de psychoanalyse, daarentegen, bestaat er geen strikte grens tussen beide: we verinnerlijken wat buiten ons gebeurt en veruiterlijken wat binnen ons gebeurt. Hierdoor doorlopen parallelle structurele tegenstellingen zowel het individuele binnen als het sociale buiten (waardoor Freud überhaupt over das Unbehagen in der Kultur kon schrijven).

Gevolg: Heijne begrijpt symptomen voor-freudiaans. Dit is de kern van zijn grootste kritische gebrek. Zijn ‘onbehagen’ is eurocentrisch en ideologisch: enkel zinvol wanneer de wereld tot voor kort ‘gezond’ was. De harmonieuze globaal-liberaal-democratische homeostase lag binnen handbereik – hadden we de imaginaire impact van haar ‘complexiteit’ maar niet onderschat! Terwijl Freuds Unbehagen net leert dat geen enkele samenleving niet ‘gestoord’ (posttraumatisch) is: net als wijzelf zal ons samen-leven altijd gespleten zijn.

Dit maakt het onmogelijk om een ‘onschuldige’ metapositie in te nemen van waaruit we ‘symptomen’ strikt van ‘gezonde ontwikkelingen’ kunnen onderscheiden. Maar ondertussen kunnen symptomen wel leren over de manier waarop beide niveaus gespleten zijn, over de processen-structuren die hen vlees geven. Ze nemen de vorm van waarheid aan: in symptomen spreken de structuren die hen in beweging zetten.

Helaas vergeet Heijne de kritische vraag te stellen: waarover spreken deze symptomen?

Helaas: Heijne vergeet de kritische vraag te stellen: waarover spreken deze symptomen? En waarom zie ik opeens overal symptomen opduiken? In de plaats daarvan stelt hij de vraag: “Hoe kan ik [Bas Heijne, welopgevoede jongen, hoe kan ik] mijn humanistisch wereldbeeld overeind houden” in deze o zo complexe, o zo verwarrende tijden?

Dit is op zich natuurlijk een mooi voorbeeld van creatieve onderdrukking – maar brengt ons niet dichter bij een kritisch begrip van Brexiteers, Trumpstemmers of polderjihadi’s. Daarvoor moeten we immers niet moraliserend over complexiteit en ruimdenkendheid praten, maar kritisch over structuren en processen. Dit is wat de pionier van onze schaduwzijde leert – en Bas Heijne nalaat.

(Wie een goed boek over de kritische stand van psychoanalytische zaken wil lezen, kan evengoed bij Samo Tomšič beginnen.)

Onbehagen. Nieuw licht op de beschaafde mens
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Ambo Anthos Bladzijden: 120 Onbehagen