Over tweede kansen: het debuut van Mathijs Duyck

Woensdag ()
recensie door in

In 2016 debuteerden in België en Nederland heel wat jonge auteurs: Tjeerd Posthuma, Emy Koopman, Vincent Van Meenen en Mathijs Duyck zijn slechts een handjevol schrijvers die na lang zwoegen hun eerste roman op de wereld loslieten.

Elk van bovenstaande auteurs heeft een eigen stem, een eigen manier van vertellen: Koopman hangt haar roman Orewoet op aan raak gekozen citaten en literaire verwijzingen, Posthuma laat zijn lezers puzzelen met het verhaal dat hij hen in Stad van goud voorschotelt en Van Meenen experimenteert erop los in Licht en geluid. Toch zijn er onder de jonge debutanten van het voorbije jaar slechts twee auteurs die op voldoende aandacht van hun respectievelijke uitgevers, het lezerspubliek én de literaire critici mochten rekenen: Lize Spit met het vuistdikke Het smelt en Hans Bogaert met zijn groots opgezette roman Echo. Mathijs Duyck, toch een Vlaming, blijkt niet enkel in Nederland, maar ook in Vlaanderen helemaal over het hoofd te worden gezien. Zoekopdrachten met trefwoorden als ‘recensie Woensdag Mathijs Duyck’ leveren slechts één hit op Google op: literatuur en lifestyle blog Thisishowweread wijdt een lovende recensie aan het boek, maar veel meer dan dat valt er online niet te rapen.

Is dat gebrek aan aandacht op sociale media en in de pers misschien te wijden aan de onmogelijke taak Duycks roman in een bepaald genre onder te brengen? Want toegegeven, na een eerste lezing was het me niet meteen duidelijk wat de auteur met het schrijven van zijn debuut precies voor ogen had. Een psychologische thriller? Een theatertekst? Een detective? Het lijkt een combinatie van dat alles te zijn, al is het label ‘detective’ misschien niet helemaal op zijn plaats: al op de eerste bladzijde weet je wat er te gebeuren staat, en wie aan de oorsprong van dat drama ligt. Na het lezen van het boek blijf je wat onbevredigd achter: waar gaat dit nou over, waar wil de schrijver heen? Woensdag wordt namelijk in twee delen opgebroken, waarbij het tweede deel inderdaad als een theatertekst geschreven werd. Hierdoor maakt het boek na een eerste lezing een ietwat onaffe, rommelige indruk na.

Tussen de lijnen door doet Duyck aan maatschappijkritiek

Toch nodigt Woensdag uit tot herlezen. Want ondanks bovenstaande tegenwerpingen, leest het boek verbazend vlot: in heldere, vaak gevoelige zinnen schrijft Duyck over twee geliefden die van elkaar vervreemden en over het uiteenvallen van een vriendengroep, met alle twijfel en alle pijn die daarmee gepaard gaan. Tussen de lijnen door lijkt Duyck, die naast auteur ook leerkracht is, ook aan maatschappijkritiek te doen: kleine vegen uit de pan naar fastfoodbedrijven en de allesoverheersende consumptiemaatschappij zijn nooit veraf. Duyck gooit er echter ook een mooie dosis humor tegenaan, nooit wordt het ook echt ‘schoolmeesterachtig’.

Met veel inlevingsvermogen en warmte voor zijn personages, legt de auteur de niet te helen wonden bloot waaraan mensen ten onder kunnen gaan: eenzaamheid, onbegrip en het onvermogen tot wezenlijke communicatie. Vooral in het tweede deel van de roman, waar Hans zijn theatershow opvoert, wordt het pijnlijk duidelijk dat het niet zozeer het leven is dat de mens determineert, maar net andersom: de mens bepaalt, in zekere mate, zelf zijn noodlot. Zoals hoofdpersonage Fred, die alles voor zichzelf houdt en zichzelf kwelt met vragen waar hij het antwoord niet op weet. Hij maakt van zijn tragiek iets onoverkomelijks. Hans daarentegen maakt van de pijn een verhaal om aan anderen te vertellen; het is zijn manier om situaties te relativeren en met zichzelf en zijn vrienden in het reine te komen. Hans trekt enigszins recht wat Fred en Marjan zelf niet kunnen: alle twijfel en verdriet onder woorden brengen. Het is dat wat Duyck ons met zijn debuutroman wil voorhouden: er is meer dan één waarheid, en meer dan één manier om met benarde situaties om te gaan.

Duyck is ontegensprekelijk een meester in het vertellen

Duyck is ontegensprekelijk een meester in het vertellen, die de aandacht van zijn publiek moeiteloos weet vast te houden. Van alle markten thuis en met een duidelijke mening over wat de hem omringende wereld aanbelangt, graaft hij diep in de psyche van zowel zijn personages als zijn lezerspubliek. De personen die Woensdag bevolken zijn zielenpoten of doorbijters, wekken bewondering of afschuw op.

Woensdag heeft alles in zich om een ruim lezerspubliek aan te spreken. Dat het boek door het merendeel van de lezers en de literaire critici over het hoofd wordt gezien is volkomen onterecht. Het boek leest vlot weg, maar gaat thema’s als eenzaamheid en dood niet uit de weg. Woensdag opent met een val van grote hoogte, maar scheert hoge toppen. Het is nu enkel nog aan de lezers om het boek van de plank te halen en de sprong eindelijk te wagen.

Reactie van de auteur

Beste Wout,

Ik zie literaire genres als losse reeksen afspraken tussen lezers en schrijvers, die het lezen gemakkelijker maken en vooral dienen om boeken te verkopen. Afspraken die evolueren met de tijd, die in elkaar overvloeien en soms verdwijnen in het niets. Zoals slecht aangeduide wandelpaden – geverfd of gekerfd op de schors van de bomen – die kriskras door elkaar lopen in een eeuwenoud bos. De vraag in welk genre mijn boek thuishoort, heb ik me tijdens het schrijven nooit gesteld.

Dat de eerste lezing van mijn boek je ietwat desoriënteerde, neem ik op als een compliment. Zelf heb ik weinig voldoening van een boek waarvan ik al in de helft, of zelfs na driekwart, kan zeggen waar het heen gaat. Waarom zou ik dan nog verder lezen? Enkel voor de bevestiging van mijn eigen gelijk, voor een zachte aai over mijn eigen bol als gecultiveerde lezer? In mijn bescheiden ervaring zijn het trouwens meestal de schrijvers die genres als luchtdichte dozen hanteren, die zo’n voorspelbare boeken op de markt brengen.

Waar de schrijver heen wil, heeft geen enkel belang. Het eigenste moment waarop iemand anders dan de maker zelf de tekst leest, breekt de navelstreng tussen de schrijver en het boek. Ik had heel wat ideeën en intenties toen ik Woensdag schreef, maar ik ga daar niemand mee lastigvallen, omdat ik niet denk dat iemand daar beter van wordt.

Over de rol van de lezer schreef ik de volgende zinnen, die ik voordroeg tijdens mijn boekvoorstellingen:

Zij [de lezers] zullen de gelaatstrekken van mijn personages veranderen, de kleur van hun ogen en het aroma van hun scheten. Zij zullen de kamers verven en het gras afrijden. Ze zullen de scènes bevolken met rekwisieten die ik zelf niet zo passend kon bedenken.

Want wat is een verhaal, wat is een boek? Een boek is wind op de molen van uw verbeelding, een hefboom voor uw dromen. Ge zegt dat ge een verhaal leest, maar ge leest tekens, ge leest tekst. En terwijl ge die tekens leest, zijt ge het verhaal zelf aan het maken, het groeit in uw hoofd […].

Zo zal elk gelezen boek anders zijn, beter zijn dan ik het maakte, maar niet meer van mij.

Dit verhaal, met deze personages, kon geen andere vorm hebben dan de vorm die het zichzelf uiteindelijk aangemeten heeft. Elk personage wilde de lezer bestormen met zijn versie van de feiten. Ze hanteren andere vertelvormen en geraakten het zelfs niet eens over wie nu eigenlijk het hoofdpersonage moest worden. Dat lukt enkel in een verhaal dat je niet kan vastpinnen, een verhaal waarin je als lezer je overzicht moet opgeven. Dit boek, over mensen die uit elkaar vallen, moest in de handen van de lezer in duigen vallen.

Vriendelijke groeten,

Mathijs

Woensdag
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Manteau Bladzijden: 250