Overpeinzingen van een betweter

Wil ()
recensie door in

Wanneer een recensie of artikel begint met woorden in de trant van ‘over de Tweede Wereldoorlog zijn al veel boeken/films verschenen’ krijg ik van de weeromstuit zin om de desbetreffende publicatie uit het raam te smijten. Want ja: er zijn al veel boeken en films over die oorlog verschenen, maar dat geldt ook voor andere universele thema’s als bijvoorbeeld ‘liefde’, ‘familie’ en ‘sociale strijd’. ‘Oorlog’ – en dan vooral: de meest recente die op het eigen West-Europese grondgebied is uitgevochten – is toch vooral een logisch onderwerp in de literatuur en andere kunsten.

Toch moet ik toegeven dat ik, als historica, die boeken of films meestal links laat liggen, of toch als het om fictie gaat. Op de een of andere manier lukt het me niet om mijn professionele bril af te zetten en het verhaal te beoordelen voor wat het is. Bij films is dat doorgaans nog moeilijker dan bij romans, omdat in films (nog) minder ruimte is voor de historische complexiteit. Ik kan niet kijken naar een film over de Tweede Wereldoorlog zonder me te ergeren aan dingen die ik onwaarschijnlijk of ongeloofwaardig vind. Vervolgens voel ik me een vreselijke betweter en ben ik meer bezig met het correct onder woorden brengen van mijn ergernis dan dat ik vermaakt word. Gevolg is dat ik zelfs tijdloze klassiekers als Schindler’s List nog nooit heb gezien.

Romans over de oorlog en zeker die over de Jodenvervolging zijn ook problematisch. Allereerst is het risico op kitsch vrij groot (denk aan Haar naam was Sarah van Tatiana de Rosnay). Meer uitgesproken literaire romans zijn dan weer snel pretentieus omdat de auteur ‘iets definitiefs over Hitler wil zeggen’ (denk aan Siegfried van Harry Mulisch). Laurent Binets reflectieve gemijmer over de (on)mogelijkheid van de historische reconstructie in zijn veelgeprezen HhhH vond ik mateloos irritant. Aan Jonathan Littells De welwillenden ben ik nooit begonnen omdat mijn scriptiebegeleider me zei dat het boek hem deed denken aan een honderden pagina’s lange kopie van verklaringen tijdens naoorlogse rechtszaken tegen leden van de Duitse moordeskaders in Oost-Europa. Waarom de kopie lezen als je het origineel al kent?

Nu is er dus (de cynicus verzucht “alweer!”) een roman over de Tweede Wereldoorlog, meer specifiek over een Antwerpse hulppolitieagent die door zijn beroep geconfronteerd wordt met allerhande geweld in de bezette stad. Het boek werd laaiend enthousiast ontvangen (zowel in De Standaard, De Morgen, NRC als de Volkskrant). Apaches Karl van den Broeck meent zelfs dat het boek ‘een nieuw tijdperk inluidt in de Vlaamse literatuur over de Tweede Wereldoorlog’.

Zoals Van den Broeck in zijn recensie terecht opmerkt is Olyslaegers veel verschuldigd aan historici die al decennialang bezig zijn nuance te brengen in de in Vlaanderen én Wallonië ingesleten clichés over de bezetting en de repressie. Dat Olyslaegers zich goed heeft ingelezen blijkt vooral uit de dilemma’s en complexe situaties waarmee de hoofdpersoon geconfronteerd wordt. Voor de ordehandhavers van weleer bestond er inderdaad een heleboel onduidelijkheid, onder andere omdat leidinggevenden hun verantwoordelijkheid niet of te laat namen. Daarom kwam het, zoals we in het boek zien, regelmatig voor dat agenten ruziemaakten met Duitsers of collaborateurs over wie het waar voor het zeggen had. En, nog erger: werkten veel agenten mee aan het uitvoeren van Duitse bevelen die de Belgische wet flagrant overtraden, zoals het oppakken van Joden.

Als aanmodderende kluns in oorlogstijd doet Wilfried Wils een beetje denken aan de oorlogspersonages van W.F. Hermans

Hoofdpersonage Wilfried Wils doet als aanmodderende kluns in oorlogstijd een beetje denken aan de oorlogspersonages in het oeuvre van W.F. Hermans. Ook zij zijn nooit uitsluitend heldhaftig of slecht, en vaak volkomen ondoorzichtig in hun motieven. Wils is weliswaar wat minder laf dan bijvoorbeeld Bert Alberegt in Herinneringen van een engelbewaarder, maar van zijn beweegredenen begrijpen we soms even weinig. Zo vraagt de lezer zich herhaaldelijk af waarom Wils zijn antisemitische leermeester blijft opzoeken, terwijl hij zich geregeld ergert aan de man, zijn opvattingen en zijn ‘foute’ vrienden en ze hem in lastige situaties brengen. Duidelijk is wel dat Wils’ handelen niet uitsluitend door het toeval wordt bepaald. Herhaaldelijk maakt hij keuzes, ook al weten we niet op basis van welke overwegingen. Dat zorgt ervoor dat Wils zelf verantwoordelijk is voor zijn daden – en hij niet vrijuit gaat omdat hij nu eenmaal in een lastige situatie is beland.

De oorlog is, net als de vrede, een smeerboel en de mensen bakken er meestal niks van. Het wereld- en mensbeeld van Wilfried, waarin het aanmodderen én de eigen verantwoordelijkheid beide een belangrijke rol spelen, is misschien niet per se vernieuwend, maar wel verfrissend. En nu maar hopen dat ook het grote publiek eraan wil.

Reactie van de auteur

Beste Jan Julia,

Dank voor je lovende woorden, die me extra deugd doen gezien je een historica bent.

Het zal je misschien verbazen, maar ik ben me pas diep in het schrijfproces van WIL beginnen realiseren dat er zoveel geschreven is over de Tweede Wereldoorlog.

Dat is geen uiting van naïviteit, maar eerder om aan te geven hoe zeer ik gegrepen was door het verhaal dat ik wenste te vertellen, namelijk hoe ordehandhavers zich hebben trachten recht te houden in tijden van bezetting. Uiteraard heb ik veel research gedaan en is het fijn dat je het vele werk dat daarin kroop erkent. Maar nog eens: bij mij ging het over dat verhaal en hoe ik dat aan de lezer moest vertellen.

Ik voelde me wél verantwoordelijk. Net zoals hoofdpersonage en verteller Wilfried Wils behoedzaam door maagdelijk witte sneeuw stapt, voelde ik bij het schrijven een terrein te betreden waar – vreemd genoeg – nauwelijks prozaschrijvers in dit taalgebied waren geweest. Ik vond dat de historische feiten moesten kloppen en dat ik al mijn kracht moest aanwenden om ervoor te zorgen dat ik de jongere generaties dit boek zouden kunnen lezen en de morele dilemma’s zouden aanvoelen.

Over onze historici kunnen we op dat vlak niet klagen. Mensen als Herman van Goethem, Bruno de Wever, Lieven Saerens of Koen Aerts wijden hun academische carrière aan de juiste feiten over die periode, in de hoop dat we met z’n allen beter begrijpen wat er tijdens die vreselijke jaren juist is gebeurd. Ik ben hen bijzonder dankbaar. Zonder al dat werk was mijn roman niet mogelijk geweest.

Je geeft aan dat mijn boek geprezen wordt langs alle kanten. Uiteraard maakt me dat heel blij, alsook de vele warme mails die ik van een steeds groter wordende lezersgroep vrijwel dagelijks krijg.

Maar het is met de inhoud van mijn boek dat ik jaren heb geleefd, met het verhaal dat ik heb trachten te vertellen, en daar gaat het over.

Dat is ook de reden waarom ik samen met je hoop dat er veel mensen hun weg zullen vinden naar dit boek.

Omdat ze zich zouden afvragen wat ik me nog steeds afvraag: wat zou ik hebben gedaan tijdens zulke omstandigheden in een bezette stad?

Warme groet,

Jeroen

Wil
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: De Bezige Bij Bladzijden: 336 Wil Jeroen Olyslaegers