Poëzie leren lezen met Ellen Deckwitz

Olijven moet je leren lezen ()
recensie door in

De Nederlandse schrijfster Ellen Deckwitz schreef een “cursus genieten van poëzie” omdat ze steeds meer mensen tegenkwam die bang waren voor dit als “moeilijk” geboekstaafde literatuurgenre. Deckwitz geeft regelmatig lessen en workshops over poëzie, en is op de koop toe zelf dichter: de geknipte persoon dus om het grote publiek warm te maken voor kwaliteitsvolle poëzie.

Omdat de hoofdstukken in het boek grotendeels gebaseerd zijn op columns die op de populaire website nrc.next verschenen, blijft Deckwitz ver weg van theoretische uiteenzettingen over de dichtkunst.

Wat krijgt de lezer dan wel voorgeschoteld?

Een populariserende reeks van 23 stukjes van telkens zo’n zes pagina’s, waarin de auteur op enthousiaste en enthousiasmerende wijze haar publiek aanzet om alle schroom van zich af te schudden en zich op de poëzie te storten. Dat doet Deckwitz in een heel vlotte en losse stijl, met het nodige gevoel voor humor en zonder belerend of hautain over te komen. Ik stel me werkelijk voor dat er heel wat mensen na het lezen van dit boekje een bloemlezing of verzameld werk in huis halen om eindelijk te beginnen genieten van poëzie.

Boeiende vragen

Deckwitz begint elk hoofdstuk met een gedicht en probeert dan – geruggesteund door dit gedicht – antwoorden te vinden op evidente en minder evidente vragen over poëzie.
Zo wordt er natuurlijk stilgestaan bij de vormelijke elementen die een gedicht tot een gedicht maken, zoals afgebroken regels, veel wit, rijm, stijlfiguren (metaforen, vergelijkingen, …), ritme en metrum.
Maar net zo goed denkt ze na over welke rol vertaalde poëzie kan spelen, over de verschillende functies die poëzie kan vervullen en over het grote verschil tussen podiumgedichten en poëzie in boekvorm.

Dit boek is trouwens extra aantrekkelijk omdat het geschreven is door een dichter, die bovendien zelf veel poëzie leest. Daardoor komt de lezer bijvoorbeeld meer te weten over het ontstaansproces van een gedicht (“meer transpiratie dan inspiratie”). En Deckwitz strooit gul met referenties aan gekende en minder gekende dichters, en naar klassieke – De glanzende kiemcel van Simon Vestdijk – en nog niet klassieke secundaire werken over poëzie (interpretaties en essays).

En als de lezer na deze poëziecursus voor beginners nog niet weet bij welke boeken hij terecht kan, bladert hij nog eens terug naar hoofdstuk 11 “Waar moet je beginnen met het lezen van poëzie?”

Deckwitz’ didactische dichters

Deckwitz beperkt zich bewust tot één gedicht per hoofdstuk; dat gedicht vormt telkens het uitgangspunt en het sluitstuk van de 23 stukjes in Olijven moet je leren lezen.

In haar gedichtenkeuze heeft Deckwitz bewust niet gekozen voor klassieke gedichten uit de moderne Nederlandstalige poëzie. Wat telt is dat het gedicht sprekend is voor de thematiek waarmee het verbonden is.

Dat uitgangspunt maakt meer begrijpelijk dat 11 van de 23 geselecteerde gedichten vertaalde gedichten zijn (5 in vertaling van Deckwitz zelf). Tussen deze verzen zien we bekende (Werner Aspenström, Emily Dickinson, Ted Hughes) en minder bekende (Jila Mossaed, Craig Arnold, …) namen.

Bij de Nederlandstalige poëzie is er één klassiek “kanon”-gedicht (Een zwemmer is een ruiter van Paul Snoek). De andere gedichten komen van ervaren (Tonnus Oosterhoff, Nachoem M. Wijnberg, …) en meer jonge, beginnende dichters (Maarten Buser, Vicky Francken, Johanna Geels, Alexis de Roode, Nyk de Vries, …). Paul Snoek is trouwens de enige Vlaamse dichter waarvan een gedicht is opgenomen.

Deckwitz’ keuze van gedichten is tegelijkertijd functioneel en persoonlijk

Deckwitz’ keuze is zeker functioneel en tegelijkertijd persoonlijk te noemen, maar de gedichten zijn zeker niet gratuit. De samensteller zal elke lezer wel met enkele gedichten enthousiast maken. Dit boek is dan ook niet verloren voor de meer ervaren poëzielezer of voor de liefhebbers van de klassiekers; voor hen is het een kans om nieuwe en minder gekende regels te ontdekken.

Wat is hedendaagse poëzie?

In haar pleidooi voor het lezen van gedichten, geeft Deckwitz duidelijke grenzen aan van wat poëzie is en wat niet (“niet elke songtekst is poëzie”).

Ze is bovendien niet bang om tegen populistische clichés aan te schoppen, zoals de vrijblijvende gedachte dat een gedicht “alles” kan betekenen, of de koppige veronderstelling dat je een gedicht bij een eerste lezing meteen moet begrijpen. Wat Deckwitz hier sympathiek maakt, is dat ze niet moeilijk doet over het lezen van poëzie. Zo geeft ze boudweg toe dat je een gedicht op een bepaald moment in je leven slecht of nietszeggend kan vinden, om het enkele jaren met meer levens- en leeservaring later fantastisch te vinden.

Deckwitz maakt overtuigend duidelijk dat gedichten altijd iets willen overbrengen en dat de dichter z’n lezer aan de hand van taal stuurt naar een set van mogelijke interpretaties. Daarbij komt ze tot het knap verwoorde besluit dat “wie een gedicht leest, ook zichzelf leest.”

De auteur heeft het allemaal nogal goed op een rij. Ze geeft alleen een minder vaste indruk als het gaat over de breuklijn tussen dichter en lezer. Want enerzijds beweert Deckwitz dat dichters precies zeggen wat ze bedoelen en de blik van de lezer sturen via taal, anderzijds schrijft ze dat het niet uitmaakt wat de dichter bedoelt, want “alleen wat er staat telt, en hoe je daarop [als lezer, red.] doordenkt”.
Ze gaat bovendien niet echt in op het gegeven dat dichters in aanraking kunnen komen met interpretaties van hun werk die ze zelf nog niet bedacht hadden, en dat dichters toch niet altijd volledig bewust sturen via taal; ze volgen vaak gewoon hun intuïtie en staan daarbij open voor de ingevingen van het moment.

Maar laat dit zeker geen smet zijn op een boek dat mooi duidelijk maakt waar het in de hedendaagse poëzie om draait: vrije dichtvormen, spel met de verschillende betekenissen van taal en ruimte voor verschillende interpretaties.

Olijven: lekker!

Olijven moet je leren lezen is zeker geen diepgravende essaybundel over poëzie, maar zegt wel juiste dingen en zet de lezer op weg om op ontdekkingstocht te gaan in de wondere wereld van de poëzie.

Deckwitz toont overtuigend aan dat je poëzie kan leren lezen

Deckwitz slaagt erin om overtuigend aan te tonen dat poëzie leren lezen kàn. Om olijven te leren eten, moet je er toch ook gewoon eerst van durven proeven?

Olijven moet je leren lezen
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Atlas Contact Bladzijden: 160 Olijven moet je leren lezen