Roos van Rijswijk slaat de klassieke debuutroman over

Onheilig ()
recensie door in

De verhaaltechniek van Roos van Rijswijks debuut is eenvoudig, maar efficiënt. In ‘Onheilig’ voedt de vorm de inhoud – of was het andersom?

In Onheilig van Roos van Rijswijk (1985) lopen twee verhaallijnen door elkaar. Miguel, een jonge, Nederlandse dertiger met een Mexicaans uiterlijk, verhuisde van Amsterdam naar Nieheim, een Duitser dan Duitse stad met een kaas-, een ham- en een bier- en schnapsmuseum, enkele bergen en een handvol inwoners die elkaar allemaal wel al eens gezien hebben. Ter plekke knapt Miguel klusjes op. Hij ontfermt zich met de zorg van een oudere broer over de eveneens Mexicaans ogende Jorge, die ietwat simpel van geest is.

Het wedervaren van Miguel observeren we door de ogen van een alwetende verteller. Zo kunnen we niet alleen volgen  wat hij zegt en doet, maar ook wat hij denkt en beschouwt. En die gedachten zijn bijwijlen kernachtig mooi beschreven. Van Rijswijk weet met die vertelvorm de verhouding tussen de twee jongeren van Mexicaanse afkomst sterk neer te zetten: zowel in hun dialogen als in de gedachten van Miguel.

In de bochten ruikt Miguel Jorges zweet en denkt: het maakt hem niks uit dat hij met zijn zweterige lijf tegen mijn shirt geplakt zit, dat zweet is er gewoon net als de weg en de lucht en de vogels.

Enkele honderden kilometers verderop, in Amsterdam, woont Miguels terminale moeder. Ze stamt uit een rijke familie, heeft zwaar geleefd en zichzelf niet goed verzorgd. Ze ziet nog maar een handvol mensen en weet niet eens het exacte adres van haar zoon, die het gevolg is van een one-night-stand met een Mexicaan. Als lezer hebben we een inkijk in het dagboek van de moeder, dat ze schrijft op advies van haar therapeut, aan wie de dagboekfragmenten dan ook gericht zijn.

Dat de dagboekfragmenten gericht zijn aan een therapeute, doet vreemd aan

Je kan je natuurlijk afvragen in welke mate dat realistisch is – alsof terminale patiënten niets beter te doen hebben, laat staan dat ze fysiek in staat zijn tot het gedetailleerd en prozaïsch neerschrijven van een dergelijk aftakelingsproces. Bovendien wordt vaak benadrukt dat de moeder zich fysiek toch nog betrekkelijk goed voelt, wat opmerkelijk is gezien het feit dat haar dagen zo goed als geteld zijn.

Vooral het feit dat de dagboekfragmenten gericht zijn aan therapeute Jacoba, doet wat vreemd aan; in het slechtste geval komen ze net als de doorsnee open brief in de buurt van oninteressant gemoraliseer. Dat de gekozen vorm interessanter is dan dialogen tussen een therapeut en patiënt, spreekt voor zich. Maar tijdens sommige passages vraag je je af of een doodgewoon dagboek niet de beste keuze was geweest.

Ja, jij, Jacoba, staat ondanks die God die ik bij je vermoed niet negatief tegenover euthanasie, maar jij en de anderen om je heen, mensen met echte artsendiploma’s en bedreven in het sturen van sterven, moeten dan bepalen hoe ondraaglijk ik lijd. Heb je wel eens geleden, ik bedoel écht geleden? Je bent bescheiden, jij zegt vast van niet, want alles is relatief. In de oorlog, in Afrika, andere mensen, et cetera.

Toch past van Rijswijks keuze voor de briefvorm goed bij haar hoofdpersonage. Het benadrukt de eenzaamheid van de moeder in haar laatste weken; ze ziet haar zoon niet en krijgt nog slechts bezoek van een handvol mensen, aan wie ze zich dan maar hecht zonder dat ze voordien een al te belangrijke rol speelden in haar leven. Zo benadrukt het dagboek dat de moeder vrede heeft met haar eigen sterfelijkheid.

Bovendien zijn de dagboekfragmenten op de juiste toon geschreven.  Ze bestaan vaak uit korte gedachten, soms verpakt in lange zinnen met veel komma’s, wat het verhaal sober en leesbaar houdt. De meer luchtige passages, waarbij de mogelijkheden om er alsnog zelf een einde aan te maken worden overlopen en er zelfs over de manier waarop wordt gefilosofeerd, worden afgewisseld met meer indringende stukken waarin de moeder de personen die haar leven hebben bepaald, niet spaart – maar ook zichzelf niet. Kijk maar naar dit stukje waarin ze een oude liefde fileert.

Toen dacht ik dat het mijn dood zou worden, een leven zonder Alfons; ik wilde net eens denken aan het missen van elke ochtend zijn natte haren bij het ontbijt, zijn adem die altijd een beetje naar menthol rook, ’s nachts toch die armen om me heen en de zekerheid van een huis, van mijn vader die me bleef beschermen zolang ik bij Alfons hoorde. Maar ik had weg moeten gaan. Misschien had een beetje armoede me uitgedaagd (…)

Van Rijswijk weet hoe ze een verhaal moet vertellen

Het eindoordeel van Onheilig is overwegend positief. Met dit boek slaat Van Rijswijk haar debuutroman over. Ze trapt niet in de klassieke debutantenval door de lezer zoveel mogelijk te willen imponeren of door te veel nevenpersonages of zijverhalen te verzinnen. De stijl is sober en dient het verhaal, dat veel meer aanspreekt dan de zoveelste zelfbewuste coming-of-age-roman die zich afspeelt in de grootstad. Van Rijswijk weet hoe ze een verhaal moet vertellen en dat zal haar in de toekomst vast geen windeieren leggen.

Onheilig
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Querido Bladzijden: 224